Art. 25 Verordening (EG) nr. 718/2007, Taken en verantwoordelijkheden van de nationale ordonnateur
1. Het begunstigde land benoemt een nationale ordonnateur. Deze is een hoge ambtenaar van de regering of de nationale overheid van het begunstigde land.
2. De nationale ordonnateur heeft de volgende taken:
a) als hoofd van het nationaal fonds draagt hij de algemene verantwoordelijkheid voor het financieel beheer van de EU-middelen in het begunstigde land; hij is verantwoordelijk voor de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende transacties;
b) hij is verantwoordelijk voor de efficiënte werking van de beheer- en controlesystemen in het kader van de IPA-verordening.
3. Voor de toepassing van lid 2, onder a), verricht de nationale ordonnateur met name de volgende werkzaamheden:
a) hij stelt de betrouwbaarheidsverklaring op betreffende de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende transacties;
b) hij stelt gecertificeerde uitgavenstaten en betalingsaanvragen op en dient deze bij de Commissie in; hij draagt de algemene verantwoordelijkheid voor de nauwkeurigheid van de betalingsaanvraag en voor de overdracht van middelen aan de operationele structuren en/of eindbegunstigden;
c) hij gaat na of er sprake is van medefinanciering en of die correct is uitgevoerd;
d) hij zorgt ervoor dat elke onregelmatigheid wordt opgespoord en onmiddellijk wordt gemeld;
e) hij verricht financiële aanpassingen die vereist zijn in verband met opgespoorde onregelmatigheden, zoals bedoeld in artikel 50;
f) hij is het contactpunt voor financiële informatie die door de Commissie en het begunstigde land wordt uitgewisseld.
4. Voor de toepassing van lid 2, onder b), verricht de nationale ordonnateur met name de volgende werkzaamheden:
a) hij is verantwoordelijk voor de erkenning en voor het toezicht op en de opschorting of intrekking van de erkenning van de operationele structuren;
b) hij zorgt voor de instelling en de efficiënte werking van de systemen voor het beheer van de steun die uit hoofde van de IPA-verordening wordt verleend;
c) hij ziet erop toe dat het systeem voor interne controle van het beheer van middelen effectief en efficiënt werkt;
d) hij brengt verslag uit over de beheer- en controlesystemen;
e) hij ziet erop toe dat er een goed functionerend verslag- en informatiesysteem is;
f) hij geeft gevolg aan de bevindingen van de controleverslagen van de auditautoriteit overeenkomstig artikel 30, lid 1;
g) hij stelt de Commissie onmiddellijk op de hoogte van elke betekenisvolle wijziging met betrekking tot de beheer- en controlesystemen en doet de voor de erkenning bevoegde functionaris een afschrift van die kennisgeving toekomen.
5. Met betrekking tot de taken die de nationale ordonnateur in lid 2, onder a) en b), zijn opgedragen, stelt hij jaarlijks een betrouwbaarheidsverklaring op, zoals bedoeld in artikel 27.