Art. 119 Verordening (EG) nr. 718/2007, Verantwoordelijkheden van de Commissie
1. De Commissie vergewist er zich volgens de procedure van artikel 116 van dat de deelnemende landen beheer- en controlesystemen hebben opgezet die in overeenstemming zijn met de artikelen 101 en 105 en, op basis van jaarlijkse controleverslagen en het jaarlijkse advies van de auditautoriteit als bedoeld in artikel 105, lid 1, onder c), en haar eigen audits, dat de systemen efficiënt functioneren tijdens de periode van de uitvoering van de grensoverschrijdende programma's.
2. Onverminderd de audits van de deelnemende landen kunnen ambtenaren van de Commissie of gemachtigde vertegenwoordigers van de Commissie audits ter plaatse verrichten om de efficiënte werking van de beheer- en controlesystemen te controleren, waaronder audits van in het grensoverschrijdende programma opgenomen activiteiten; deze audits moeten ten minste tien werkdagen van tevoren worden aangekondigd, behalve in dringende gevallen. Aan deze audits mogen ambtenaren of gemachtigde vertegenwoordigers van de deelnemende landen deelnemen.
Ambtenaren van de Commissie of gemachtigde vertegenwoordigers van de Commissie die naar behoren bevoegd zijn tot het verrichten van audits ter plaatse, krijgen inzage in de boeken en alle andere documenten, inclusief documenten en metagegevens die zijn opgetekend of ontvangen en vastgelegd op een elektronisch medium, die betrekking hebben op uitgaven die gefinancierd zijn door communautaire middelen.
Deze auditbevoegdheden doen niet af aan de toepassing van de nationale bepalingen die bepaalde handelingen voorbehouden aan bij nationaal recht specifiek aangewezen ambtenaren.
3. De Commissie kan een deelnemend land verzoeken een audit ter plaatse uit te voeren om de efficiënte werking van de systemen of de juistheid van een of meer transacties te verifiëren. Aan deze audits mogen ambtenaren van de Commissie of gemachtigde vertegenwoordigers van de Commissie deelnemen.