Art. 11 Verordening (EG) nr. 718/2007, Gemeenschappelijke vereisten

Verordening (EG) nr. 718/2007

1. Alvorens de Commissie besluit beheersbevoegdheden met betrekking tot een afdeling, een programma of een maatregel aan het begunstigde land toe te kennen, vergewist zij zich ervan dat het betrokken land aan de voorwaarden van artikel 56, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 voldoet, met name wat betreft de beheer- en controlesystemen die zijn opgezet, en dat de erkenningen bedoeld in de artikelen 12 en 13 zijn verricht.

2. De in het begunstigde land opgezette beheer- en controlesystemen voorzien daartoe in effectieve controles op in ieder geval de in de bijlage genoemde gebieden. In sectorale overeenkomsten of financieringsovereenkomsten opgenomen bepalingen inzake andere gebieden zijn van toepassing ter aanvulling op deze verordening.

3. Wanneer aan specifieke personen verantwoordelijkheid is toegekend voor werkzaamheden op het gebied van het beheer, de tenuitvoerlegging en de controle van programma’s, stelt het begunstigde land die personen in staat de taken die met die verantwoordelijkheid samenhangen te verrichten, ook in die gevallen dat er tussen die personen en de instanties die aan die werkzaamheden deelnemen geen hiërarchische verhouding bestaat. Het begunstigde land verleent die personen met name de bevoegdheid om door middel van formele werkafspraken met de betrokken instanties:

a) een passend systeem voor uitwisseling van informatie in te stellen, met inbegrip van de bevoegdheid gegevens op te vragen en het recht ter plaatse inzage in documenten en toegang tot het personeel te krijgen, indien dat noodzakelijk is;

b) de normen waaraan moet worden voldaan vast te stellen;

c) de te volgen procedures vast te stellen.

4. In sectorale overeenkomsten of financieringsovereenkomsten opgenomen vereisten die specifiek zijn voor een bepaalde component zijn van toepassing ter aanvulling op deze verordening.

Vorige artikelen

Volgende artikelen