Art. 102 Verordening (EG) nr. 718/2007, Aanwijzing van autoriteiten

Verordening (EG) nr. 718/2007

1. De landen die aan een grensoverschrijdend programma deelnemen, wijzen één beheersautoriteit, één certificeringsautoriteit en één auditautoriteit aan; deze autoriteiten zijn gevestigd in een van de lidstaten die aan het grensoverschrijdende programma deelnemen. De certificeringsautoriteit neemt de betalingen van de Commissie in ontvangst en verricht, normaliter, de betalingen aan de eerstverantwoordelijke begunstigde, overeenkomstig de bepalingen van artikel 104.

De beheersautoriteit stelt na overleg met de aan het programma deelnemende landen een gezamenlijk technisch secretariaat in. Het gezamenlijke technische secretariaat staat de beheersautoriteit en het in artikel 110 genoemde gezamenlijke comité van toezicht, alsook, indien nodig, de auditautoriteit en de certificeringsautoriteit in de uitvoering van hun respectieve taken bij.

Het gezamenlijke technische secretariaat kan in andere deelnemende landen een antenne hebben.

2. De auditautoriteit voor het grensoverschrijdende programma wordt bijgestaan door een groep auditeurs met een vertegenwoordiger uit elk land dat aan het grensoverschrijdende programma deelneemt, ter uitvoering van de in artikel 105 genoemde taken. De groep auditeurs wordt uiterlijk drie maanden na het besluit tot goedkeuring van het grensoverschrijdende programma opgericht. Zij stelt haar reglement van orde vast. Zij wordt voorgezeten door de auditautoriteit voor het grensoverschrijdende programma.

De deelnemende landen kunnen met eenparigheid van stemmen besluiten dat de auditautoriteit gemachtigd wordt om de taken bedoeld in artikel 105 rechtstreeks in het hele door het programma bestreken grondgebied uit te oefenen, zonder dat een groep auditeurs zoals omschreven in de eerste alinea nodig is.

De auditeurs zijn onafhankelijk van het in artikel 108 bedoelde controlesysteem.

3. Elk land dat aan het grensoverschrijdende programma deelneemt, wijst vertegenwoordigers aan om in het gezamenlijke comité van toezicht als bedoeld in artikel 110 zitting te nemen.

4. Indien een of meer taken van een beheersautoriteit of een certificeringsautoriteit door een bemiddelende instantie worden uitgevoerd, worden de desbetreffende regelingen formeel schriftelijk vastgesteld.

De bepalingen van deze verordening betreffende de beheersautoriteit, de auditautoriteit en de certificeringsautoriteit zijn ook op deze bemiddelende instantie van toepassing.

Vorige artikelen

Volgende artikelen