Art. 101 Verordening (EG) nr. 718/2007, Algemene beginselen
De door de deelnemende landen opgezette beheer- en controlesystemen voor de grensoverschrijdende programma's voorzien in:
a) de omschrijving van de functies van de bij het beheer en de controle betrokken instanties en de toewijzing van de functies binnen elke instantie;
b) de naleving van het beginsel van functiescheiding tussen dergelijke instanties en binnen elke instantie;
c) procedures om te zorgen voor de juistheid en regelmatigheid van de in het kader van het grensoverschrijdende programma gedeclareerde uitgaven;
d) betrouwbare geautomatiseerde systemen voor de boekhouding, het toezicht en de financiële verslaglegging;
e) in de gevallen waarin de verantwoordelijke instantie de uitvoering van taken aan een andere instantie toevertrouwt, een systeem voor de verslaglegging en het toezicht;
f) regelingen voor de auditing om na te gaan of het systeem functioneert;
g) systemen en procedures om voor een toereikend controlespoor te zorgen;
h) procedures voor de verslaglegging over en het toezicht op onregelmatigheden en voor de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen.