Art. 68 Verordening (EG) nr. 498/2007, Bescherming van persoonsgegevens

Verordening (EG) nr. 498/2007

1. De lidstaten en de Commissie nemen alle nodige maatregelen ter voorkoming van de ongeoorloofde bekendmaking van en toegang tot de in artikel 40, lid 1, bedoelde informatie, de door de Commissie in de loop van haar audits verzamelde gegevens en de in hoofdstuk VIII bedoelde informatie.

2. De in artikel 40, lid 1, van deze verordening bedoelde informatie en die welke door de Commissie in de loop van haar audits wordt verzameld, worden door de Commissie uitsluitend gebruikt ter kwijting van haar verantwoordelijkheden krachtens artikel 72 van de basisverordening.

De Europese Rekenkamer en het Europees Bureau voor fraudebestrijding hebben toegang tot deze informatie.

3. De in hoofdstuk VIII bedoelde informatie mag niet worden doorgegeven aan anderen dan die welke, in de lidstaten of bij de instellingen van de Gemeenschap, uit hoofde van hun functie daartoe toegang dienen te hebben, tenzij de lidstaat die de informatie verstrekt daarin uitdrukkelijk heeft toegestemd.

4. Persoonsgegevens die deel uitmaken van de in artikel 31, tweede alinea, onder d), bedoelde informatie, mogen uitsluitend voor de in dat artikel genoemde doeleinden worden verwerkt.