Art. 26 Richtlijn 2007/64/EG, Voorwaarden
1. Onverminderd artikel 13 kunnen de lidstaten geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen of toestaan dat hun bevoegde autoriteiten geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de toepassing van de procedure en de voorwaarden, vastgesteld in de afdelingen 1 tot en met 3, met uitzondering van artikel 20, 22, 23 en 24, en toestaan dat natuurlijke of rechtspersonen in het krachtens artikel 13 aangelegde register worden ingeschreven, wanneer:
a) het gemiddelde van het totale bedrag van de betalingstransacties die de betrokkene de voorafgaande twaalf maanden heeft verricht, met inbegrip van die van agenten waarvoor hij volledig aansprakelijk is, niet hoger is dan 3 miljoen EUR per maand; dit vereiste wordt beoordeeld op basis van de in het programma van werkzaamheden begrote totale bedrag aan betalingstransacties, tenzij de bevoegde autoriteiten een aanpassing van dit programma verlangen, en
b) geen van de met de leiding of de exploitatie van het betalingsdienstenbedrijf belaste natuurlijke personen veroordeeld is wegens strafbare feiten in verband met het witwassen van geld, terrorismefinanciering of andere financiële misdrijven.
2. Van een natuurlijke of rechtspersoon met een registerinschrijving overeenkomstig lid 1 wordt verlangd dat hij zijn hoofdkantoor of vestigingsplaats heeft in de lidstaat waar hij zijn werkzaamheden feitelijk ontplooit.
3. De in lid 1 bedoelde personen worden behandeld als betalingsinstellingen. Artikel 10, lid 9, en artikel 25 zijn echter niet op hen van toepassing.
4. De lidstaten kunnen ook bepalen dat een natuurlijke of rechtspersoon met een registerinschrijving overeenkomstig lid 1 alleen sommige van de in artikel 16 opgesomde activiteiten mag ontplooien.
5. De in lid 1 bedoelde personen stellen de bevoegde autoriteiten in kennis van elke verandering in hun situatie die relevant is voor de in genoemd lid gespecificeerde voorwaarde. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de personen in kwestie, wanneer de in de leden 1, 2 en 4 gestelde voorwaarden niet langer vervuld zijn, binnen 30 kalenderdagen een vergunning aanvragen volgens de procedure van artikel 10.
6. Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van de bepalingen van Richtlijn 2005/60/EG of ten aanzien van nationale bepalingen inzake witwasbestrijding.