Art. 9 Richtlijn 2007/46/EG, Bijzondere bepalingen voor voertuigen

Richtlijn 2007/46/EG

1. De lidstaten verlenen EG-goedkeuring aan:

a) een voertuigtype dat in overeenstemming is met de gegevens van het informatiedossier en voldoet aan de technische voorschriften van de in bijlage IV genoemde toepasselijke regelgevingen;

b) een voertuigtype voor speciale doeleinden dat in overeenstemming is met de gegevens van het informatiedossier en voldoet aan de technische voorschriften van de in bijlage XI genoemde toepasselijke regelgevingen.

De in bijlage V beschreven procedures zijn van toepassing.

2. De lidstaten verlenen meerfasentypegoedkeuring aan een type incompleet of voltooid voertuig dat in overeenstemming is met de gegevens van het informatiedossier en voldoet aan de technische voorschriften van de in bijlage IV of XI genoemde toepasselijke regelgevingen, al naar gelang de voltooiingsfase waarin het voertuig zich bevindt.

De meerfasentypegoedkeuring is ook van toepassing op complete voertuigen die zijn verbouwd of gewijzigd door een andere fabrikant.

De in bijlage XVII beschreven procedures zijn van toepassing.

3. Voor elk voertuigtype dient de goedkeuringsinstantie:

a) alle relevante rubrieken van het EG-typegoedkeuringscertificaat, met inbegrip van het daarbij gevoegde formulier met testresultaten volgens het model in bijlage VIII, in te vullen;

b) de inhoudsopgave bij het informatiepakket samen te stellen of te verifiëren;

c) het ingevulde certificaat en de bijlagen onverwijld, behoudens gefundeerd uitstel, aan de aanvrager af te geven.

4. In het geval van een EG-typegoedkeuring waarvan de geldigheid overeenkomstig artikel 20, artikel 22 of bijlage XI beperkt is of die van de toepassing van sommige bepalingen van de regelgevingen is ontheven, worden deze beperkingen of ontheffingen in het EG-typegoedkeuringscertificaat vermeld.

5. Wanneer gegevens in het informatiedossier betrekking hebben op bepalingen inzake voertuigen voor speciale doeleinden zoals aangegeven in bijlage XI, worden deze bepalingen in het EG-typegoedkeuringscertificaat vermeld.

6. Indien de fabrikant de gemengde goedkeuringsprocedure kiest, vult de goedkeuringsinstantie in deel III van het in bijlage III weergegeven inlichtingenformulier de referenties in van de uit hoofde van regelgevingen opgestelde testrapporten waarvoor geen EG-typegoedkeuringscertificaat beschikbaar is.

7. Indien de fabrikant de eenstapsgoedkeuringsprocedure kiest, stelt de goedkeuringsinstantie de lijst van toepasselijke regelgevingen op volgens het model in het aanhangsel bij bijlage VI en voegt deze lijst bij het EG-typegoedkeuringscertificaat.