Art. 10 Richtlijn 2007/46/EG, Bijzondere bepalingen voor systemen, onderdelen en technische eenheden
1. De lidstaten verlenen EG-typegoedkeuring aan een systeem dat in overeenstemming is met de gegevens van het informatiedossier en voldoet aan de technische voorschriften van de in bijlage IV of XI genoemde relevante bijzondere richtlijn of verordening.
2. De lidstaten verlenen EG-typegoedkeuring aan een onderdeel of technische eenheid dat of die in overeenstemming is met de gegevens van het informatiedossier en voldoet aan de technische voorschriften van de in bijlage IV genoemde relevante bijzondere richtlijn of verordening.
3. Wanneer onderdelen of technische eenheden, die al dan niet bedoeld zijn voor reparatie, service of onderhoud, ook onder een typegoedkeuring van een systeem vallen met betrekking tot een voertuig, wordt daarvoor geen aanvullende goedkeuring verlangd, tenzij de toepasselijke regelgeving zulks vereist.
4. Indien een onderdeel of technische eenheid zijn of haar functie slechts vervult of een bijzonder kenmerk slechts vertoont in combinatie met andere onderdelen van het voertuig en daarom de naleving van de voorschriften slechts kan worden geverifieerd wanneer het onderdeel of de technische eenheid in combinatie met die andere onderdelen van het voertuig functioneert, wordt de geldigheid van de EG-typegoedkeuring van het onderdeel of de technische eenheid dienovereenkomstig beperkt. In dat geval worden de eventuele beperkingen van het gebruik en de bijzondere montagevoorwaarden in het EG-typegoedkeuringscertificaat vermeld. Als een dergelijk onderdeel of een dergelijke technische eenheid door de voertuigfabrikant wordt gemonteerd, wordt bij de goedkeuring van het voertuig nagegaan of de beperkingen van het gebruik en de montagevoorwaarden in acht zijn genomen.