Art. 6 Richtlijn 2007/14/EG, Mechanismen voor de controle door de bevoegde autoriteiten wat betreft marktmakers
1. Een marktmaker die voor de vrijstelling als bedoeld in artikel 9, lid 5, van Richtlijn 2004/109/EG in aanmerking wenst te komen, stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de uitgevende instelling uiterlijk binnen de in artikel 12, lid 2, van Richtlijn 2004/109/EG genoemde termijn ervan in kennis dat hij met betrekking tot een bepaalde uitgevende instelling marktmakingactiviteiten uitvoert of uit wil voeren.
Wanneer de marktmaker met betrekking tot de betrokken uitgevende instelling zijn marktmakingactiviteiten staakt, stelt hij de bevoegde autoriteit daarvan in kennis.
2. Wanneer een marktmaker die voor de vrijstelling als bedoeld in artikel 9, lid 5, van die richtlijn in aanmerking wenst te komen, door de bevoegde autoriteit van de uitgevende instelling wordt verzocht de aandelen of financiële instrumenten afzonderlijk op te geven die voor marktmakingdoeleinden worden aangehouden, wordt het, onverminderd de toepassing van artikel 24 van Richtlijn 2004/109/EG, de betrokken marktmaker toegestaan een dergelijke afzonderlijke opgave op een verifieerbare wijze te verrichten. Alleen indien de marktmaker niet in staat is om de betrokken aandelen of financiële instrumenten afzonderlijk op te geven, mag van hem worden verlangd dat deze met het oog op een dergelijke afzonderlijke opgave op een aparte rekening worden aangehouden.
3. Indien op grond van nationaal recht een marktmakingovereenkomst tussen de marktmaker en de effectenbeurs en/of de uitgevende instelling vereist is, verstrekt de marktmaker, onverminderd de toepassing van artikel 24, lid 4, onder a), van Richtlijn 2004/109/EG, de overeenkomst op verzoek van de relevante bevoegde autoriteit aan deze autoriteit.