Art. 11 Richtlijn 2007/14/EG, Soorten financiële instrumenten die de houder ervan het recht verlenen om, uitsluitend op eigener beweging, aandelen te verwerven waaraan stemrechten zijn verbonden
1. Voor de toepassing van artikel 13, lid 1, van Richtlijn 2004/109/EG worden effecten, alsook opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten als bedoeld in deel C van bijlage I bij Richtlijn 2004/39/EG geacht financiële instrumenten te zijn als zij de houder ervan het recht verlenen om, uitsluitend op eigener beweging, uit hoofde van een formele overeenkomst reeds uitgegeven aandelen waaraan stemrechten zijn verbonden, te verwerven van een uitgevende instelling waarvan de aandelen tot een gereglementeerde markt zijn toegelaten.
De houder van het instrument moet op de vervaldag hetzij het onvoorwaardelijke recht hebben om de onderliggende aandelen te verwerven hetzij naar eigen goeddunken kunnen gebruikmaken van zijn recht om dergelijke aandelen al dan niet te verwerven.
Onder een „formele overeenkomst” wordt verstaan: een overeenkomst die krachtens het toepasselijke recht bindend is.
2. Voor de toepassing van artikel 13, lid 1, van Richtlijn 2004/109/EG voegt de houder alle op dezelfde uitgevende instelling betrekking hebbende financiële instrumenten in de zin van lid 1 samen en geeft hij daarvan kennis.
3. De bij artikel 13, lid 1, van Richtlijn 2004/109/EG vereiste kennisgeving bevat de volgende informatie:
a) de resulterende situatie wat de stemrechten betreft;
b) indien van toepassing, de keten van gecontroleerde ondernemingen via welke financiële instrumenten daadwerkelijk worden gehouden;
c) de datum waarop de drempelwaarde is bereikt of gepasseerd;
d) voor instrumenten met een uitoefeningsperiode: een vermelding van de datum of termijn waarop aandelen zullen of kunnen worden verworven, indien van toepassing;
e) verval- of expiratiedatum van het instrument;
f) identiteit van de houder;
g) naam van de onderliggende uitgevende instelling.
Voor de toepassing van punt a) wordt het percentage van de stemrechten berekend aan de hand van het totale aantal stemrechten en het totale kapitaal zoals ingevolge artikel 15 van Richtlijn 2004/109/EG door de uitgevende instelling het laatst is bekendgemaakt.
4. De kennisgevingsperiode komt overeen met die van artikel 12, lid 2, van Richtlijn 2004/109/EG en de bijbehorende uitvoeringsvoorschriften.
5. De kennisgeving wordt verricht aan de uitgevende instelling van het onderliggende aandeel en aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de betrokken uitgevende instelling.
Indien een financieel instrument op meer dan één onderliggend aandeel betrekking heeft, wordt aan elk van de uitgevende instellingen van de onderliggende aandelen apart kennis gegeven.