Art. 37 Besluit 2007/533/EG, Tenuitvoerlegging van de in een signalering gevraagde maatregel

Besluit 2007/533/EG

1. Ten behoeve van onopvallende of gerichte controles kunnen bij grenscontrole of andere politie- en douanecontroles in de lidstaat de onderstaande gegevens of een deel daarvan worden verzameld en aan de signalerende autoriteit worden meegedeeld:

a) aantreffen van de gesignaleerde persoon of van het gesignaleerde voertuig, vaartuig of luchtvaartuig of de gesignaleerde container;

b) plaats, tijdstip van of aanleiding voor de controle;

c) reisroute en bestemming;

d) personen die de betrokken personen begeleiden of inzittenden van het voertuig, vaartuig of luchtvaartuig van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij in verband kunnen worden gebracht met de betrokken personen;

e) het gebruikte voertuig, vaartuig, luchtvaartuig of de gebruikte container;

f) meegenomen voorwerpen;

g) omstandigheden waaronder de persoon of het voertuig, het vaartuig, het luchtvaartuig of de container zijn aangetroffen.

2. De in lid 1 bedoelde informatie wordt verstrekt via de uitwisseling van aanvullende informatie.

3. Bij de verzameling van de in lid 1 bedoelde informatie nemen de lidstaten de nodige maatregelen om het onopvallende karakter van de controle niet in gevaar te brengen.

4. Bij de in artikel 36 bedoelde gerichte controles kunnen met inachtneming van het nationale recht en voor de in dat artikel vermelde doeleinden personen, voertuigen, vaartuigen, luchtvaartuigen, containers en meegenomen voorwerpen worden onderzocht. Indien gerichte controles naar het recht van een lidstaat niet zijn toegestaan, wordt deze vorm van controle in die lidstaat automatisch in een onopvallende controle omgezet.

Vorige artikelen

Volgende artikelen