Art. 3 Verordening (EG) nr. 1998/2006, Monitoring
Verordening (EG) nr. 1998/2006
1. Wanneer een lidstaat voornemens is de-minimissteun aan een onderneming te verlenen, stelt hij de onderneming schriftelijk in kennis van het voorgenomen steunbedrag (uitgedrukt als bruto-subsidie-equivalent) en van het feit dat het de-minimissteun betreft, waarbij uitdrukkelijk wordt verwezen naar deze verordening en de titel en de vindplaats ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Wanneer op basis van een regeling de de-minimissteun aan verschillende ondernemingen wordt verleend en in het kader van die regeling aan die ondernemingen uiteenlopende bedragen aan individuele steun worden verleend, kan de betrokken lidstaat ervoor opteren om deze verplichting te vervullen door de ondernemingen een vast bedrag mee te delen dat met het in het kader van de regeling maximaal uit te keren steunbedrag overeenstemt. In dat geval wordt het vaste bedrag gebruikt om te bepalen of het in artikel 2, lid 2, vastgestelde plafond is bereikt. Alvorens de steun te verlenen, verlangt de lidstaat van de betrokken onderneming ook een verklaring in schriftelijke of elektronische vorm over alle andere in de twee voorgaande belastingjaren en in het lopende belastingjaar ontvangen de-minimissteun.
De lidstaat verleent slechts nieuwe de-minimissteun nadat hij zich ervan heeft vergewist dat hiermee het totale bedrag van de gedurende de periode die door het betrokken fiscale jaar en de twee voorafgaande fiscale jaren wordt bestreken, door de onderneming ontvangen de-minimissteun niet zodanig doet toenemen dat het in artikel 2, lid 2, vastgestelde plafond wordt overschreden.
2. Wanneer een lidstaat een centraal register voor de-minimissteun heeft opgezet dat alle gegevens bevat over alle de-minimissteun die door enige autoriteit in die lidstaat is verstrekt, is lid 1, eerste alinea, niet meer van toepassing vanaf het tijdstip waarop het register een periode van drie jaar bestrijkt.
Wanneer door een lidstaat steun wordt verleend op grond van een garantieregeling waarbij een garantie wordt verleend die uit het communautaire budget wordt gefinancierd onder mandaat van het Europees Investeringsfonds, kan lid 1, eerste alinea, niet langer van toepassing zijn.
In dergelijke gevallen is het volgende monitoringsysteem van toepassing:
a) het Europees Investeringsfonds stelt op grond van de gegevens die financiële intermediairs aan het Europees Investeringsfonds moeten verschaffen, op jaarbasis een lijst op van de begunstigden van steun en van het door elk van hen ontvangen steunbedrag. Het Europees Investeringsfonds zendt de betrokken lidstaten en de Commissie deze gegevens;
b) de betrokken lidstaat geeft die gegevens aan de uiteindelijke begunstigden door binnen drie maanden nadat hij die gegevens van het Europees Investeringsfonds heeft ontvangen, en
c) de betrokken lidstaat eist van elke begunstigde van de steun een verklaring dat het totale bedrag dat deze aan de-minimissteun heeft ontvangen, het in artikel 2, lid 2, vastgestelde plafond niet overschrijdt. Ingeval het plafond voor één of meer begunstigden wordt overschreden, ziet de betrokken lidstaat er op toe dat de steunmaatregel die erin resulteerde dat het plafond werd overschreden, bij de Commissie wordt aangemeld of van de begunstigde wordt teruggevorderd.
3. De lidstaten verzamelen en bewaren alle gegevens die betrekking hebben op de toepassing van deze verordening. Deze dossiers moeten alle gegevens bevatten die nodig zijn om na te gaan of de voorwaarden van deze verordening werden nageleefd. Voor een individuele de-minimissteunmaatregel worden de dossiers gedurende tien jaar te rekenen vanaf het tijdstip van steunverlening bewaard. Voor de-minimissteunregelingen worden de dossiers bewaard gedurende tien jaar te rekenen gedurende tien jaar vanaf het tijdstip van de laatste individuele steunverlening op grond van die regeling. De betrokken lidstaat verstrekt de Commissie op haar schriftelijk verzoek binnen 20 werkdagen, of binnen de langere termijn die de Commissie in haar verzoek vaststelt, alle gegevens die de Commissie nodig acht om te kunnen nagaan of aan de voorwaarden van deze verordening is voldaan, en inzonderheid om te kunnen vaststellen ten belope van welk totaalbedrag een bepaalde onderneming de-minimissteun heeft ontvangen.