Art. 1 Verordening (EG) nr. 1998/2006, Toepassingsgebied

Verordening (EG) nr. 1998/2006

1. Deze verordening is van toepassing op steun die aan ondernemingen wordt verleend in alle sectoren met uitzondering van:

a) steun verleend aan in de sectoren visserij en aquacultuur actieve ondernemingen voor zover die onder Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (10) vallen;

b) steun verleend aan ondernemingen die in de primaire productie van de in Bijlage I van het Verdrag vermelde landbouwproducten actief zijn;

c) steun verleend aan ondernemingen die actief zijn op het gebied van de verwerking en de afzet van landbouwproducten vermeld in Bijlage I van het Verdrag, in de volgende gevallen:

i) wanneer het steunbedrag wordt vastgesteld op basis van de prijs of de hoeveelheid van dergelijke van primaire producenten afgenomen producten die door de betrokken ondernemingen op de markt worden gebracht;

ii) wanneer de steun afhankelijk wordt gesteld van de verplichting deze steun geheel of ten dele aan primaire producenten door te geven;

d) steun voor werkzaamheden die verband houden met de uitvoer naar derde landen of lidstaten, met name steun die direct aan de uitgevoerde hoeveelheden is gerelateerd, en steun voor de oprichting en exploitatie van een distributienet of andere lopende uitgaven in verband met werkzaamheden op het gebied van uitvoer;

e) steun die van het gebruik van binnenlandse in plaats van ingevoerde goederen afhangt;

f) steun verleend aan ondernemingen die actief zijn in de kolenindustrie in de zin van Verordening (EG) nr. 1407/2002;

g) steun ten behoeve van de aanschaf van wegvervoermiddelen voor vracht door ondernemingen die vrachtvervoer voor rekening van derden uitvoeren;

h) steun verleend aan ondernemingen in moeilijkheden.

2. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a) „landbouwproducten”: de in bijlage I bij het EG-Verdrag vermelde producten, met uitzondering van visserijproducten;

b) „de verwerking van landbouwproducten”: een bewerking van een landbouwproduct die een product oplevert dat nog steeds een landbouwproduct is, met uitzondering van activiteiten op landbouwbedrijven die nodig zijn om een plantaardig of dierlijk product voor de eerste verkoop voor te bereiden;

c) „afzet van landbouwproducten”: het in voorraad hebben of uitstellen met het oog op verkoop, te koop aanbieden, leveren of op enige andere wijze verhandelen, met uitzondering van de eerste verkoop door een primaire producent aan wederverkopers of verwerkingsbedrijven en alle activiteiten waarmee een product voor een dergelijke eerste verkoop wordt voorbereid. Verkoop door een primaire producent aan eindgebruikers geldt als afzet indien deze plaatsvindt in speciaal daartoe voorziene afzonderlijke lokalen.