Art. 29 Verordening (EG) nr. 1987/2006, Termijn van bewaring van signaleringen

Verordening (EG) nr. 1987/2006

1. De in SIS II overeenkomstig deze verordening opgenomen signaleringen worden niet langer bewaard dan nodig is voor het nagestreefde doel.

2. Uiterlijk drie jaren na de opneming van zo'n signalering in SIS II, toetst de signalerende lidstaat de noodzaak van verdere bewaring.

3. Elke lidstaat stelt in voorkomend geval volgens zijn nationale recht kortere toetsingstermijnen vast.

4. Een signalerende lidstaat kan, op grond van een uitvoerige individuele beoordeling, die schriftelijk wordt vastgelegd, vóór het verstrijken van de toetsingstermijn tot verdere bewaring van een signalering besluiten indien dit voor het met de signalering nagestreefde doel vereist is. In dat geval is lid 2 van toepassing op verlenging. Elke verlenging van een signalering wordt aan CS-SIS meegedeeld.

5. Na afloop van de in lid 2 bedoelde toetsingstermijn worden signaleringen automatisch gewist, behalve wanneer de signalerende lidstaat de verlenging van de signalering aan CS-SIS heeft meegedeeld, overeenkomstig lid 4. CS-SIS stelt de lidstaten vier maanden op voorhand automatisch in kennis van de in het systeem geprogrammeerde verwijdering.

6. De lidstaten houden statistieken bij van het aantal signaleringen waarvan de bewaring overeenkomstig lid 4 is verlengd.