Art. 27 Verordening (EG) nr. 1987/2006, Autoriteiten met toegangsrecht tot signaleringen

Verordening (EG) nr. 1987/2006

1. De toegang tot de in SIS II opgenomen gegevens en het recht van directe bevraging van SIS II-gegevens of bevraging in een kopie van de gegevens van CS-SIS komt uitsluitend toe aan de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de vaststelling van de identiteit van onderdanen van derde landen ten behoeve van:

a) grenscontrole overeenkomstig Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (19);

b) andere politie- en douanecontroles die in de betrokken lidstaat worden uitgevoerd en de coördinatie daarvan door de daartoe aangewezen autoriteiten.

2. Ook de nationale gerechtelijke instanties, met inbegrip van de autoriteiten die belast zijn met de instelling van strafvervolging en van gerechtelijke onderzoeken voorafgaand aan tenlastelegging, alsook hun coördinerende instanties, hebben echter met het oog op de uitvoering van hun taken, zoals vastgesteld in de nationale wetgeving, toegang tot de in SIS II opgenomen gegevens en hebben het recht tot directe bevraging daarvan.

3. Het toegangsrecht tot de in SIS II opgenomen gegevens en tot de overeenkomstig artikel 38, lid 2, onder d) en e), van Besluit 2006/…/JBZ opgenomen gegevens over persoonsdocumenten, alsook het recht tot directe bevraging van die gegevens mag ook worden uitgeoefend door de voor de visumverlening bevoegde autoriteiten, de voor de behandeling van visumaanvragen verantwoordelijke centrale autoriteiten, de voor afgifte van verblijfstitels bevoegde autoriteiten, alsmede de autoriteiten die bevoegd zijn voor de tenuitvoerlegging van de wetgeving betreffende onderdanen van derde landen in het kader van de toepassing van het communautaire acquis inzake personenverkeer. Het toegangsrecht van deze autoriteiten wordt uitgeoefend overeenkomstig het recht van elke lidstaat.

4. De in dit artikel bedoelde autoriteiten worden opgenomen in de in artikel 31, lid 8, bedoelde lijst.