Art. 41 Verordening (EG) nr. 1974/2006
Verordening (EG) nr. 1974/2006
1. De structuur die nodig is voor het beheer van het in artikel 68 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde nationaal netwerk voor het platteland, kan worden opgericht hetzij binnen de bevoegde nationale autoriteiten, hetzij door selectie volgens een aanbestedingsprocedure. Die structuur moet in staat zijn om de in lid 2, onder b), van dat artikel beschreven taken te vervullen.
2. Ingeval één enkel programma voor plattelandsontwikkeling het gehele grondgebied van een lidstaat bestrijkt, maakt het nationaal netwerk voor het platteland deel uit van de component technische bijstand van het programma en wordt bij de geplande uitgaven voor de elementen die onder artikel 68, lid 2, onder a) en b), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 vallen, onderscheid gemaakt tussen die punten a) en b). De uitgaven voor de onder dat punt a) vallende elementen bedragen evenwel ten hoogste 25 % van het voor het nationaal netwerk voor het platteland gereserveerde bedrag.
3. Voor de lidstaten die gebruik maken van de bij artikel 66, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 geboden mogelijkheid, wordt het specifieke programma voor het opzetten en het functioneren van het nationaal netwerk voor het platteland goedgekeurd overeenkomstig artikel 18, lid 4, van die verordening.
Artikel 4, artikel 5, leden 1 en 3, en artikel 6 van de onderhavige verordening zijn van overeenkomstige toepassing op de indiening, de goedkeuring en de veranderingen van dergelijke specifieke programma's.
In het specifieke programma en de financiële tabel daarvan wordt bij de onder artikel 68, lid 2, onder a) en b), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 vallende elementen onderscheid gemaakt tussen die punten a) en b). De uitgaven voor de onder dat punt a) vallende elementen bedragen evenwel ten hoogste 25 % van het totale bedrag voor dat programma.
4. De nationale netwerken voor het platteland worden uiterlijk op 31 december 2008 opgericht.
5. Nadere voorschriften met betrekking tot de oprichting en de organisatie van de nationale netwerken voor het platteland zijn vastgesteld in bijlage II.