Art. 37 Verordening (EG) nr. 1974/2006

Verordening (EG) nr. 1974/2006

1. Voor de uitvoering van as 4 zoals bedoeld in titel IV, hoofdstuk I, afdeling 4, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 kunnen de lidstaten of regio's ervoor kiezen om hetzij hun gehele grondgebied, hetzij een deel ervan te bestrijken door de criteria voor de selectie van de plaatselijke groepen en de door hen vertegenwoordigde gebieden dienovereenkomstig aan te passen.

De procedures voor de selectie van de plaatselijke groepen moeten openstaan voor de betrokken plattelandsgebieden en concurrentie garanderen tussen de plaatselijke groepen die plaatselijke ontwikkelingsstrategieën naar voren brengen.

2. Binnen twee jaar na de goedkeuring van de programma's worden voor de selectie van plattelandsgebieden voor de uitvoering van plaatselijke ontwikkelingsstrategieën zoals bedoeld in artikel 62, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 oproepen tot het indienen van voorstellen georganiseerd. De lidstaten of regio's kunnen evenwel extra oproepen tot het indienen van voorstellen organiseren, vooral wanneer Leader openstaat voor nieuwe gebieden, in welk geval een langere termijn nodig kan zijn.

3. Elk in artikel 61, onder a), en artikel 62, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoeld gebied moet in de regel ten minste 5 000 inwoners en ten hoogste 150 000 inwoners tellen.

Wanneer daarvoor goede gronden zijn, kan de benedengrens van 5 000 inwoners evenwel worden verlaagd, respectievelijk de bovengrens van 150 000 inwoners worden verhoogd.

4. De lidstaten van de Gemeenschap in haar samenstelling op 30 april 2004 streven ernaar dat bij de selectie een bepaalde voorrang wordt gegeven aan plaatselijke groepen die overeenkomstig artikel 62, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 samenwerking hebben geïntegreerd in hun plaatselijke ontwikkelingsstrategieën.