Art. 44 Verordening (EG) nr. 1198/2006, In aanmerking komende maatregelen
Verordening (EG) nr. 1198/2006
1. Steun voor de duurzame ontwikkeling van visserijgebieden kan worden toegekend voor:
a) de versterking van het concurrentievermogen van de visserijgebieden;
b) de herstructurering en heroriëntering van economische activiteiten, met name door stimulering van het ecotoerisme, mits deze activiteiten niet leiden tot een verhoging van de visserij-inspanning;
c) de diversificatie van activiteiten, door een gecombineerde beroepsactiviteit voor vissers te bevorderen, via het scheppen van extra werkgelegenheid buiten de visserijsector;
d) het bieden van meerwaarde aan visserijproducten;
e) de ondersteuning van infrastructuurvoorzieningen voor kleinschalige visserij en toerisme, alsmede van diensten ten voordele van kleine vissersgemeenschappen;
f) de bescherming van het milieu in visserijgebieden zodat deze hun aantrekkelijkheid behouden, het rehabiliteren en ontwikkelen van kustdorpjes en -dorpen met visserijactiviteiten, en de bescherming en verbetering van het natuurlijke en architecturale erfgoed;
g) het herstel van het productievermogen van de visserijsector na natuurrampen of industriële rampen;
h) de bevordering van interregionale en transnationale samenwerking tussen groepen in visserijgebieden, voornamelijk door netwerken en verspreiding van goede praktijken;
i) de verwerving van vaardigheden en de facilitering van het ontwerpen en uitvoeren van een plaatselijke ontwikkelingsstrategie;
j) het bijdragen tot de bedrijfskosten van de groepen.
2. Het EVF kan tevens voor ten hoogste 15 % van het betrokken prioritair zwaartepunt maatregelen financieren zoals de bevordering en verbetering van de beroepsvaardigheden, het aanpassingsvermogen en de toegang tot werkgelegenheid van werknemers, in het bijzonder vrouwen, mits deze maatregelen integrerend deel uitmaken van een strategie voor duurzame ontwikkeling en zij rechtstreeks verband houden met de in lid 1 beschreven maatregelen.
3. Krachtens lid 1 verleende bijstand kan maatregelen omvatten in de zin van de hoofdstukken I, II en III van deze titel, met uitzondering van de artikelen 23 en 24. Wanneer bijstand wordt verleend voor concrete acties die met deze maatregelen stroken, gelden de desbetreffende voorwaarden en de percentages van de bijdragen per concrete actie overeenkomstig respectievelijk de hoofdstukken I, II en III en bijlage II.
4. De begunstigden van de in lid 1, onder b) en c), en in lid 2 bedoelde steun, zijn in de visserijsector werkzaam of oefenen een met deze sector verbonden beroep uit.
5. Bedrijfskosten voor groepen kunnen in de regel niet meer bedragen dan 10 % van de totale begroting voor een visserijgebied. Bij wijze van afwijking kunnen de lidstaten per geval besluiten deze drempel te overschrijden, in het bijzonder wanneer de groepen niet kunnen worden opgericht op basis van bestaande ervaren organisaties.
6. Indien een maatregel als bedoeld in dit artikel ook voor steun in aanmerking komt op grond van een ander communautair steuninstrument, moet de lidstaat bij de opstelling van zijn operationeel programma duidelijk maken of de maatregel uit het EVF dan wel uit een ander communautair steuninstrument wordt gesteund.