Art. 43 Verordening (EG) nr. 1198/2006, Reikwijdte van de bijstandsverlening

Verordening (EG) nr. 1198/2006

1. Het EVF kan in aanvulling op de overige communautaire instrumenten, bijstand verlenen voor duurzame ontwikkeling en verbetering van de levenskwaliteit in visserijgebieden die daarvoor in aanmerking komen in het kader van een algemene strategie ter ondersteuning van de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid, met name rekening houdend met de sociaal-economische gevolgen.

2. De maatregelen voor de duurzame ontwikkeling van visserijgebieden zijn gericht op:

a) het in stand houden van de economische en sociale welvaart van deze gebieden en het bieden van meerwaarde aan visserij- en aquacultuurproducten;

b) het in stand houden en uitbreiden van de werkgelegenheid in deze gebieden door steun voor diversificatie of voor de economische en sociale herstructurering van gebieden met sociaal-economische problemen ten gevolge van veranderingen in de visserijsector;

c) het bevorderen van de milieukwaliteit in kustgebieden;

d) het bevorderen van nationale en transnationale samenwerking tussen kustgebieden met visserij.

3. Een visserijgebied dat voor bijstand wordt geselecteerd, is beperkt in omvang en is in de regel kleiner dan NUTS III in de zin van Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (20). Het gebied is in geografisch, economisch en sociaal opzicht voldoende coherent.

4. De bijstand moet prioritair zijn gericht op gebieden met:

a) een geringe bevolkingsdichtheid,

b) afnemende visserijactiviteiten,

of

c) kleine vissersgemeenschappen.

5. De lidstaat brengt ter kennis van de Commissie welke gebieden voor financiering op grond van dit prioritair zwaartepunt worden geselecteerd, en neemt deze informatie op in het eerstvolgende jaarverslag over de uitvoering als bedoeld in artikel 67.