Art. 33 Verordening (EG) nr. 1198/2006, Binnenvisserij

Verordening (EG) nr. 1198/2006

1. In dit artikel wordt onder „binnenvisserij” verstaan: visserij voor commerciële doeleinden door vaartuigen die uitsluitend actief zijn in de binnenwateren of andere voorzieningen die voor het vissen op het ijs worden gebruikt.

2. Steun voor de binnenvisserij kan betrekking hebben op investeringen voor de bouw, de uitbreiding, de uitrusting en de modernisering van voorzieningen voor binnenvisserij, ter verbetering van de veiligheid, de arbeidsomstandigheden, de hygiëne en de productkwaliteit, de gezondheid van mens en dier of ter beperking van de negatieve gevolgen of ter stimulering van de gunstige gevolgen voor het milieu.

Investeringen aan boord van vissersvaartuigen kunnen worden gesteund overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van artikel 25.

3. Het EVF kan de aanpassing van vaartuigen die in de binnenvisserij actief zijn aan andere activiteiten buiten de visserijsector steunen. De bevoegde nationale autoriteiten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat vaartuigen die uit hoofde van dit lid steun krijgen uit het EVF, niet opnieuw actief worden in de visserijsector.

4. Indien een communautaire wettekst voorziet in maatregelen voor het herstel van in de binnenwateren voorkomende soorten, kan uit het EVF steun worden verleend voor maatregelen voor de tijdelijke beëindiging van visserijactiviteiten in de binnenwateren ten behoeve van vissers en reders die uitsluitend in de binnenwateren actief zijn. De steun wordt beperkt tot maximum twaalf maanden gedurende de gehele programmeringsperiode voor de betrokken vaartuigen.

5. De overdracht van de eigendom van een onderneming komt niet voor communautaire steun in aanmerking.

6. Onverminderd het bepaalde in de leden 3 en 4, komen de definitieve of tijdelijke beëindiging van visserijactiviteiten en de bouw van vaartuigen die actief zijn in binnenwateren niet voor steun in aanmerking.

7. Investeringen komen niet voor steun in aanmerking indien zij het evenwicht tussen de omvang van de vloot en de corresponderende beschikbare visbestanden kunnen verstoren.

8. De beheersautoriteit neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat vaartuigen die op grond van dit artikel financiële steun uit het EVF ontvangen alleen in binnenwateren actief blijven.