Art. 15 Verordening (EG) nr. 1198/2006, Nationaal strategisch plan
Verordening (EG) nr. 1198/2006
1. Na passend overleg met de partners stelt iedere lidstaat een nationaal strategisch plan voor de visserijsector vast en legt dit uiterlijk bij de indiening van het operationele programma aan de Commissie voor.
Het nationaal strategisch plan wordt door de lidstaat en de Commissie onderling besproken.
2. Het nationaal strategisch plan bevat een beknopte beschrijving van alle voor de betrokken lidstaat relevante aspecten van het gemeenschappelijk visserijbeleid en behelst voorts de prioriteiten, de doelstellingen, een raming van de benodigde overheidsmiddelen en de termijnen voor de uitvoering ervan, met bijzondere aandacht voor de strategie inzake:
a) het beheer en de aanpassing van de communautaire visserijvloot en met name de aanpassing van de visserij-inspanning en vangstcapaciteit in het licht van de ontwikkeling van de visbestanden, de bevordering van milieuvriendelijke visserijmethoden, en een duurzame ontwikkeling van de visserijactiviteiten;
b) de duurzame ontwikkeling van de aquacultuur;
c) de duurzame ontwikkeling van verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten;
d) de duurzame ontwikkeling van de binnenvisserij;
e) de duurzame ontwikkeling van visserijgebieden, inclusief de criteria voor de selectie van de prioriteitsgebieden;
f) het concurrentievermogen van de visserijsector; inclusief verbetering van de structuur, de organisatie en de werkomstandigheden;
g) behoud van de menselijke hulpbronnen in de visserijsector, met name door het verbeteren van beroepsvaardigheden, het zorgen voor duurzame werkgelegenheid en het verbeteren van de positie en de rol van de vrouw;
h) de bescherming en de verbetering van het aquatisch milieu dat een band heeft met de visserijsector.
3. Daarnaast bevat het nationaal strategisch plan, wanneer zulks relevant is voor de lidstaat, passende aanvullende informatie over de prioriteiten, de doelstellingen, de raming van de benodigde overheidsmiddelen en de termijnen, met bijzondere aandacht voor de strategie inzake:
a) het voldoen aan de vereisten inzake inspectie en controle van de visserijactiviteiten en verzameling van gegevens en informatie betreffende het gemeenschappelijk visserijbeleid;
b) de voorziening met visserijproducten en de ontwikkeling van visserijactiviteiten buiten de communautaire wateren.