Art. 19 Verordening (EG) nr. 1085/2006, Regels voor deelname en oorsprong, subsidiabiliteit
Verordening (EG) nr. 1085/2006
1. De procedures voor overheidsopdrachten en subsidieovereenkomsten die uit hoofde van deze verordening worden gefinancierd, staan open voor alle natuurlijke personen die onderdaan zijn van en alle rechtspersonen die gevestigd zijn in een lidstaat, een land dat voor steun op grond van deze verordening in aanmerking komt, een land dat voor het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument in aanmerking komt, of een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
2. De procedures voor overheidsopdrachten en subsidieovereenkomsten die uit hoofde van deze verordening worden gefinancierd, staan ook open voor alle natuurlijke personen die onderdaan zijn van en alle rechtspersonen die gevestigd zijn in een ander dan de in lid 1 genoemde landen mits wederkerige toegang tot hun buitenlandse hulp is vastgesteld.
De wederkerige toegang tot de buitenlandse hulp van de Gemeenschap wordt vastgesteld bij een specifiek besluit voor een bepaald land of een bepaalde regionale groep landen. Dit besluit wordt door de Commissie aangenomen volgens de procedure van artikel 14, lid 2, en is ten minste één jaar van kracht.
Wederkerige toegang tot de buitenlandse hulp van de Gemeenschap wordt toegekend op basis van een vergelijking tussen de Gemeenschap en andere donoren op sectoraal niveau of op het niveau van het gehele land, ongeacht of dit land donorland of ontvangend land is. Of deze wederkerigheid ten aanzien van een donorland wordt toegepast, is afhankelijk van de transparantie, de consistentie en de evenredigheid van de door de donor verleende steun, met name uit kwalitatief en kwantitatief oogpunt. De begunstigde landen worden geraadpleegd bij het in dit lid beschreven proces.
3. De procedures voor overheidsopdrachten en subsidieovereenkomsten die uit hoofde van deze verordening worden gefinancierd, staan open voor internationale organisaties.
4. Deskundigen die in het kader van de gunning van opdrachten en overeenkomsten worden voorgesteld, hoeven niet aan de in lid 1 en lid 2 vastgestelde nationaliteitseisen te voldoen.
5. Alle goederen en materialen die worden aangekocht uit hoofde van een overeenkomst die uit hoofde van deze verordening wordt gefinancierd, moeten afkomstig zijn uit de Gemeenschap of uit een land dat op grond van lid 1 of lid 2 voor subsidie in aanmerking komt. Voor de toepassing van deze verordening wordt „oorsprong” gedefinieerd conform de vigerende Gemeenschapswetgeving betreffende de oorsprongsregels voor douanedoeleinden.
6. De Commissie kan, in naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke gevallen, de deelname van natuurlijke personen die onderdaan zijn van en van rechtspersonen die gevestigd zijn in een ander dan de in lid 1 en lid 2 genoemde landen toestaan, of de aankoop van goederen en materialen van een andere dan de in lid 5 bedoelde oorsprong toestaan. De afwijkingen kunnen gerechtvaardigd zijn ingeval de goederen en de diensten op de markten van de betrokken landen niet beschikbaar zijn, in extreme noodgevallen of indien de toepassing van de voorschriften voor het in aanmerking nemen de uitvoering van een project, programma of actie onmogelijk of uiterst moeilijk zou maken.
7. Overeenkomstig artikel 114 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 kunnen natuurlijke personen subsidie ontvangen.
8. Indien de communautaire financiering betrekking heeft op een operatie die via een internationale organisatie wordt uitgevoerd, staan de betrokken procedures voor de gunning van opdrachten en overeenkomsten open voor alle natuurlijke en rechtspersonen die op grond van de leden 1 en 2 in aanmerking komen, alsmede voor alle natuurlijke en rechtspersonen die op grond van de regels van de betrokken organisatie in aanmerking komen, waarbij moet worden toegezien op gelijke behandeling van alle donoren. Dezelfde voorschriften gelden voor goederen, materialen en deskundigen.
Indien de communautaire financiering betrekking heeft op een operatie die gecofinancierd wordt door een lidstaat, met een derde land, onverminderd de in lid 2 bedoelde wederkerigheid, of met een regionale organisatie, staan de betrokken procedures voor de gunning van opdrachten en overeenkomsten open voor alle natuurlijke en rechtspersonen die op grond van de leden 1, 2 en 3 in aanmerking komen, alsmede voor alle natuurlijke en rechtspersonen die op grond van de regelgeving van de lidstaat, het derde land of de regionale organisatie in aanmerking komen. Dezelfde voorschriften gelden voor goederen, materialen en deskundigen.