Art. 14 Verordening (EG) nr. 1085/2006, Comités

Verordening (EG) nr. 1085/2006

1. Er wordt een IPA-comité ingesteld, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten en wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie. Het staat de Commissie met name bij in haar taak toezicht uit te oefenen op de onderlinge afstemming en de samenhang van de steun die uit hoofde van de verschillende afdelingen wordt toegekend, zoals vereist in artikel 3, lid 2, van deze verordening.

Het IPA-comité stelt zijn reglement van orde vast.

2. a) De Commissie stelt de in artikel 6 bedoelde indicatieve meerjarenplannen en jaarlijkse evaluaties daarvan, alsook de programma's voor steunverlening uit hoofde van de artikelen 8 en 9, vast volgens de procedure van de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG. Daartoe wordt de Commissie bijgestaan door het IPA-comité.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op een maand.

b) De Commissie stelt de programma's voor steunverlening uit hoofde van artikel 10 van deze verordening vast volgens de procedure van de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG. Daartoe wordt de Commissie bijgestaan door het in artikel 103 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 bedoelde Coördinatiecomité van het Fonds.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op een maand.

c) Na overleg met het bij artikel 147 van het EG-Verdrag ingestelde comité stelt de Commissie de programma's voor steunverlening uit hoofde van artikel 11 van deze verordening vast volgens de procedure van de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG. Daartoe wordt de Commissie bijgestaan door het in artikel 103 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 bedoelde Coördinatiecomité van het Fonds.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op een maand.

d) De Commissie stelt de programma's voor steunverlening uit hoofde van artikel 12 van deze verordening vast volgens de procedure van de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG. Daartoe wordt de Commissie bijgestaan door het Comité voor plattelandsontwikkeling opgericht bij artikel 90 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op een maand.

3. De Commissie stelt besluiten inzake de financiering die niet onder een meerjarenprogramma of jaarprogramma vallen, vast volgens de procedure van lid 2, onder a).

4. Wijzigingen van de meerjaren- en jaarprogramma's en de in lid 3 bedoelde besluiten worden door de Commissie vastgesteld indien deze geen ingrijpende veranderingen meebrengen in de aard van de oorspronkelijke programma's en maatregelen en wat het financiële aspect betreft niet meer dan 20 % uitmaken van het totaalbedrag dat aan het programma of de maatregel in kwestie is toegewezen, met een maximum van 4 miljoen EUR. Het comité dat advies heeft uitgebracht over het oorspronkelijke programma of de oorspronkelijke maatregel wordt in kennis gesteld van alle wijzigingsbesluiten.

5. Een waarnemer van de Europese Investeringsbank neemt deel aan de werkzaamheden van de comités voor wat betreft kwesties die betrekking hebben op de Bank.

Vorige artikelen

Volgende artikelen