Art. 78 Verordening (EG) nr. 1083/2006, Uitgavenstaat
Verordening (EG) nr. 1083/2006
1. Alle uitgavenstaten bevatten voor elk prioritair as het totale bedrag van de subsidiabele uitgaven, overeenkomstig artikel 56, die de begunstigden voor de uitvoering van concrete acties hebben gedaan, alsmede de overeenkomstige overheidsbijdrage die aan de begunstigden is of zal worden betaald overeenkomstig de voorwaarden met betrekking tot de overheidsbijdrage. De door de begunstigden betaalde uitgaven moeten worden verantwoord met geaccordeerde rekeningen of boekhoudkundige stukken met gelijkwaardige bewijskracht.
Uitsluitend voor steunmaatregelen in de zin van artikel 87 van het Verdrag geldt evenwel dat, naast de in de voorgaande alinea bepaalde voorwaarden, de overheidsbijdrage die overeenkomt met de in een uitgavenstaat vermelde uitgaven door de steunverlenende instantie aan de begunstigden moet zijn betaald.
2. Wat betreft staatssteun in de zin van artikel 87 van het Verdrag kunnen, in afwijking van het eerste lid, in de uitgavenstaat voorschotten worden vermeld die de steunverlenende instantie aan de begunstigden betaalt onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
a) voor de voorschotten moet een bankgarantie of een financieringsfaciliteit van de overheid met een gelijkwaardig effect worden verstrekt;
b) zij mogen niet meer bedragen dan 35 % van het totaalbedrag van de aan een begunstigde voor een bepaald project te verlenen steun;
c) zij moeten worden gebruikt voor de uitgaven van de begunstigden voor de uitvoering van het project en moeten uiterlijk drie jaar na het jaar waarin het voorschot is betaald of in elk geval op 31 december 2015 worden verantwoord door gekwiteerde rekeningen of boekhoudkundige stukken met gelijkwaardige bewijskracht; zoniet moet de volgende uitgavenstaat dienovereenkomstig worden gecorrigeerd.
3. Voor elk operationeel programma wordt in de uitgavenstaten apart vermeld welke de in lid 1 bedoelde elementen zijn voor de regio's die overgangssteun ontvangen.
4. Voor grote projecten als bedoeld in artikel 39 mogen uitsluitend uitgaven in verband met grote projecten die reeds door de Commissie zijn goedgekeurd, in de uitgavenstaten worden vermeld.
5. Indien de bijdrage uit het fonds wordt berekend onder verwijzing naar de overheidsuitgaven, heeft, wat betreft artikel 52, lid 1, informatie betreffende andere uitgaven dan overheidsuitgaven geen invloed op het verschuldigde bedrag zoals berekend op basis van de betalingsaanvraag.
6. Wat betreft acties op het gebied van de financiële instrumentering zoals deze in artikel 44 zijn gedefinieerd, worden in afwijking van lid 1 in de uitgavenstaat de totale uitgaven vermeld welke bij de oprichting van of het bijdragen aan die fondsen of holdingfondsen zijn betaald.
Bij de gedeeltelijke of definitieve afsluiting van het operationele programma worden de subsidiabele uitgaven evenwel gevormd door het totaal van:
a) de betalingen uit fondsen voor stedelijke ontwikkeling voor investeringen in publiek-private partnerschappen en andere projecten die deel uitmaken van een geïntegreerd plan voor stedelijke ontwikkeling, of
b) de betalingen uit elk van de hierboven genoemde fondsen voor investeringen in ondernemingen, of
c) verstrekte garanties, inclusief bedragen die als garantie zijn vastgelegd door garantiefondsen, alsmede
d) subsidiabele beheerskosten.
Het medefinancieringspercentage wordt toegepast op de door de begunstigde betaalde subsidiabele uitgaven.
De bijbehorende uitgavenstaat wordt dienovereenkomstig gecorrigeerd.
7. De renteopbrengsten van betalingen uit operationele programma's aan fondsen in de zin van artikel 44 worden aangewend voor de financiering van projecten op het gebied van stedelijke ontwikkeling in het geval van fondsen voor stedelijke ontwikkeling of voor financiering van kleine en middelgrote ondernemingen in de andere gevallen.
Middelen die uit investeringen in de zin van artikel 44 aan de concrete actie worden teruggestort of die overblijven nadat alle garanties zijn gehonoreerd, worden door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten opnieuw gebruikt ten behoeve van projecten voor stedelijke ontwikkeling of het midden- en kleinbedrijf.