Art. 46 Verordening (EG) nr. 1083/2006, Technische bijstand van de lidstaten

Verordening (EG) nr. 1083/2006

1. Op initiatief van de lidstaten kunnen de fondsen acties op het gebied van voorbereiding, beheer, toezicht, evaluatie, voorlichting en controle van operationele programma's financieren, alsmede acties om de bestuurlijke capaciteit voor de uitvoering van de fondsen te versterken; voor de financiering van deze acties gelden de volgende maxima:

a) 4 % van het totale bedrag dat is toegewezen in het kader van de convergentiedoelstelling en van de doelstelling „Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid”;

b) 6 % van het totale bedrag dat is toegewezen in het kader van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking”.

2. Voor elk van de drie doelstellingen geldt dat acties op het gebied van technische bijstand binnen de in lid 1 genoemde limieten in principe binnen het kader van elk operationeel programma moeten plaatsvinden. Bij wijze van aanvulling mogen dergelijke acties gedeeltelijk als specifiek operationeel programma worden opgezet, op voorwaarde dat ze de in lid 1 genoemde algemene limieten voor technische bijstand niet overschrijden.

3. Wanneer een lidstaat besluit tot acties op het gebied van technische bijstand voor elk operationeel programma afzonderlijk, dan mag het aandeel van het totaalbedrag van de uitgaven voor technische bijstand voor elk operationeel programma de in lid 1 genoemde limieten niet overschrijden.

In dit geval mogen acties op het gebied van technische bijstand ook als specifiek operationeel programma worden opgezet, op voorwaarde dat het totaalbedrag van de uitgaven voor technische bijstand in het kader van zo'n specifiek programma er niet toe leidt dat het totale aandeel van de voor technische bijstand toegekende middelen de in lid 1 genoemde limieten overschrijdt.