Art. 37, Procedures voor de uitvoer van afvalstoffen van bijlage III of III A
1. Met betrekking tot afvalstoffen van bijlage III of III A waarvan de uitvoer niet is verboden krachtens artikel 36 zendt de Commissie binnen twintig dagen na de inwerkingtreding van deze verordening, een schriftelijk verzoek aan de landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is opdat zij:
i) schriftelijk bevestigen dat de afvalstoffen vanuit de Gemeenschap mogen worden uitgevoerd; en
ii) aangeven welke controleprocedure in het land van bestemming in dat geval van toepassing is.
Elk land waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, beschikt over de volgende mogelijkheden:
a) een verbod;
b) een voorafgaande kennisgeving met schriftelijke toestemming zoals beschreven in artikel 35; en
c) geen controle in het land van bestemming.
2. Vóór de datum van toepassing van deze verordening stelt de Commissie een verordening vast waarin de antwoorden op de verzoeken uit hoofde van lid 1 worden verdisconteerd, en stelt zij het krachtens artikel 18 van Richtlijn 2006/12/EG opgerichte comité hiervan in kennis.
Indien een land geen bevestiging doet toekomen als bedoeld in lid 1, of indien er om welke reden dan ook geen contact is geweest met een land, geldt voor dat land de procedure van lid 1, onder b).
De vastgestelde verordening wordt door de Commissie op gezette tijden aangepast.
3. Indien een land in zijn antwoord verklaart dat bepaalde overbrengingen van afvalstoffen niet aan controle worden onderworpen, is artikel 18 mutatis mutandis op deze overbrengingen van toepassing.
4. Bij uitvoer van afvalstoffen vindt de nuttige toepassing plaats in een inrichting die conform de toepasselijke nationale wetgeving in het land van invoer geëxploiteerd wordt of mag worden.
5. In geval van overbrenging van niet in bijlage III onder één code ingedeelde afvalstoffen, van niet in bijlage III of III A onder één code ingedeelde mengsels van afvalstoffen of van in bijlage III B ingedeelde afvalstoffen, geldt lid 1, onder b), van dit artikel, op voorwaarde dat de uitvoer niet op grond van artikel 36, lid 1, onder b), is verboden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 20 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:95
- HR 12 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1169
- ABRvS 23 september 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ8267
- ABRvS 8 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ1869
- Rb. Rotterdam 12 mei 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BZ2914
- Rb. Rotterdam 12 mei 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BZ1402
- Rb. Amsterdam 23 december 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:7101
- Conclusie A-G Keulen 13 juni 2023, ECLI:NL:PHR:2023:587
- Conclusie A-G Harteveld 18 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2704
- Conclusie A-G Harteveld 18 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2703
- HR 20 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:97