Art. 15 Verordening (EG) nr. 562/2006, Uitoefening van het toezicht

Verordening (EG) nr. 562/2006

1. Het in de artikelen 6 tot en met 13 bedoelde grenstoezicht wordt uitgeoefend door grenswachters overeenkomstig de bepalingen van deze verordening en de nationale wetgeving.

De uitoefening van dit grenstoezicht doet geen afbreuk aan de in het nationale recht aan grenswachters verleende strafprocesrechtelijke bevoegdheden die buiten de werkingssfeer van deze verordening vallen.

De lidstaten zorgen ervoor dat de grenswachters uit gespecialiseerde en goed opgeleide vakmensen bestaan. De lidstaten moedigen de grenswachters aan talen, en met name de voor de uitoefening van hun taken noodzakelijke talen, te leren.

2. De lidstaten stellen de Commissie overeenkomstig artikel 34 in kennis van de lijst van nationale diensten die naar nationaal recht met het grenstoezicht zijn belast.

3. Met het oog op een doelmatige uitoefening van het grenstoezicht zorgt elke lidstaat voor een nauwe en voortdurende samenwerking tussen zijn nationale diensten die met het grenstoezicht zijn belast.