Art. 10 Richtlijn 2006/141/EG
1. Volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding mogen geen residuen van afzonderlijke bestrijdingsmiddelen bevatten met gehalten die hoger liggen dan 0,01 mg/kg van het product als aangeboden voor direct gebruik of na oplossen volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
De analysemethoden ter bepaling van de gehalten voor residuen van bestrijdingsmiddelen zijn de algemeen aanvaarde gestandaardiseerde methoden.
2. De in bijlage VIII opgenomen bestrijdingsmiddelen mogen niet worden gebruikt bij landbouwproducten die voor de vervaardiging van volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding zijn bestemd.
Met het oog op de controle echter
a) worden de in tabel 1 van bijlage VIII opgenomen bestrijdingsmiddelen geacht niet te zijn gebruikt als hun residuen een gehalte van 0,003 mg/kg niet overschrijden. Dit gehalte, dat als de bepaalbaarheidsgrens van de analysemethoden wordt beschouwd, wordt op gezette tijden getoetst aan de technische vooruitgang;
b) worden de in tabel 2 van bijlage VIII opgenomen bestrijdingsmiddelen geacht niet te zijn gebruikt als hun residuen een gehalte van 0,003 mg/kg niet overschrijden. Dit gehalte wordt op gezette tijden getoetst aan de gegevens over milieuverontreiniging.
3. In afwijking van lid 1 gelden voor de in bijlage IX opgenomen bestrijdingsmiddelen de in die bijlage vermelde maximumresidugehalten.
4. De in de leden 2 en 3 bedoelde gehalten gelden voor het product als aangeboden voor direct gebruik of na oplossen volgens de aanwijzingen van de fabrikant.