Art. 56 Richtlijn 2006/88/EG, Nationale referentielaboratoria

Richtlijn 2006/88/EG

1. De lidstaten dragen er zorg voor dat voor elk van de in artikel 55 bedoelde communautaire referentielaboratoria een nationaal referentielaboratoria wordt aangewezen.

De lidstaten mogen een in een andere lidstaat of in een lidstaat van de EVA gelegen laboratorium aanwijzen; ook kan één enkel laboratorium als nationaal referentielaboratorium voor meer dan een lidstaat dienen.

2. De lidstaten delen de Commissie, het desbetreffende communautaire referentielaboratorium en de overige lidstaten de naam en het adres van ieder aangewezen nationaal referentielaboratorium mee, alsmede alle wijzigingen van deze gegevens.

3. Het nationale referentielaboratorium werkt samen met het in artikel 55 bedoelde desbetreffende communautaire referentielaboratorium.

4. Om een efficiënte diagnostiek op het gehele grondgebied van een lidstaat in overeenstemming met deze richtlijn te garanderen, werkt het nationale referentielaboratorium samen met alle overeenkomstig artikel 57 aangewezen laboratoria die zich op het grondgebied van dezelfde lidstaat bevinden.

5. De lidstaten zien erop toe dat alle nationale referentielaboratoria op hun grondgebied over voldoende voorzieningen en een voldoende aantal ervaren personeelsleden beschikken om de bij deze richtlijn vereiste laboratoriumonderzoeken te kunnen uitvoeren en om de in bijlage VI, deel II, vastgelegde bevoegdheden en taken te kunnen uitoefenen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen