Art. 105 Richtlijn 2006/48/EG

Richtlijn 2006/48/EG

1. De kredietinstellingen mogen alleen geavanceerde meetbenaderingen toepassen die berusten op hun eigen systemen voor de meting van het operationele risico, als de bevoegde autoriteiten uitdrukkelijk instemmen met het gebruik van de modellen voor de berekening van de kapitaalvereisten.

2. De kredietinstellingen moeten de bevoegde autoriteiten ervan overtuigen dat ze voldoen aan de criteria van bijlage X, deel 3.

3. Als een EU-moederkredietinstelling en haar dochterondernemingen of de dochterondernemingen van een financiële EU-moederholding een geavanceerde meetbenadering willen toepassen, werken de voor de verschillende rechtspersonen bevoegde autoriteiten nauw samen, en wel op basis van de voorschriften van de artikelen 129 tot en met 132. Daarbij wordt rekening gehouden met de in bijlage X, deel 3, genoemde punten.

4. Als een EU-moederkredietinstelling en haar dochterondernemingen of de dochterondernemingen van een financiële EU-moederholding een geavanceerde meetbenadering centraal toepassen, mogen de bevoegde autoriteiten ermee instemmen dat moeder- en dochteronderneming samen voldoen aan de criteria die in bijlage X, deel 3, worden genoemd.