Art. 46 Richtlijn 2006/43/EG, Afwijking in geval van gelijkwaardigheid
1. Op voorwaarde van wederkerigheid kunnen de lidstaten afzien van de toepassing van de in artikel 45, leden 1 en 3, gestelde eisen of deze wijzigen, mits de betrokken auditorganisatie of de betrokken auditor van een derde land in het derde land onderworpen is aan stelsels van publiek toezicht, kwaliteitsborgingsstelsels en onderzoeks- en sanctieregelingen die voldoen aan eisen die gelijkwaardig zijn aan die welke in de artikelen 29, 30 en 32 worden gesteld.
2. Teneinde uniforme toepassing van lid 1 van dit artikel te waarborgen, wordt de in lid 1 bedoelde gelijkwaardigheid beoordeeld door de Commissie in samenwerking met de lidstaten. De Commissie neemt terzake een besluit volgens de procedure van artikel 48, lid 2. De lidstaten kunnen de in lid 1 van dit artikel bedoelde gelijkwaardigheid beoordelen of vertrouwen op de beoordelingen van andere lidstaten, zolang de Commissie geen besluit heeft genomen. Indien de Commissie besluit dat niet aan de gelijkwaardigheidseis van lid 1 wordt voldaan, kan zij de betrokken auditors en auditorganisaties toestaan hun controleactiviteiten gedurende een passende overgangsperiode voort te zetten overeenkomstig de relevante voorschriften van de lidstaat.
3. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van:
a) hun beoordelingen van de gelijkwaardigheden, als bedoeld in lid 2; en
b) de belangrijkste onderdelen van hun samenwerkingsovereenkomsten met derde landen met betrekking tot stelsels van publiek toezicht, kwaliteitsborgingsstelsels en onderzoeks- en sanctieregelingen, op basis van lid 1.