Art. 34 Richtlijn 2006/43/EG, Wederzijdse erkenning van wettelijke regelingen tussen lidstaten
1. De wettelijke regelingen van de lidstaten respecteren het beginsel dat de regelgeving en het stelsel van publiek toezicht van de lidstaat van herkomst van toepassing zijn, dat wil zeggen de lidstaat waar de wettelijke auditor of het auditkantoor is toegelaten en waar de statutaire zetel van de gecontroleerde entiteit is gevestigd.
2. Bij een wettelijke controle van een geconsolideerde jaarrekening mag de lidstaat die de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening voorschrijft, met betrekking tot deze controle geen aanvullende verplichtingen op het gebied van registerinschrijving, kwaliteitsbeoordeling, controlestandaarden, beroepsethiek en onafhankelijkheid opleggen aan een wettelijke auditor die, dan wel een auditkantoor dat een wettelijke controle van jaarrekeningen van een in een andere lidstaat gevestigde dochteronderneming uitvoert.
3. Wanneer het een vennootschap betreft waarvan de effecten worden verhandeld op een gereglementeerde markt die zich in een andere lidstaat bevindt dan de lidstaat waar de statutaire zetel van die vennootschap gevestigd is, dan mag de lidstaat waar de effecten worden verhandeld geen aanvullende verplichtingen op het gebied van registerinschrijving, kwaliteitsbeoordeling, controlestandaarden, beroepsethiek en onafhankelijkheid opleggen aan de wettelijke auditor die, dan wel het auditkantoor dat een wettelijke controle van de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van die vennootschap uitvoert.