Art. 6 Richtlijn 2006/22/EG, Controles ter plaatse bij ondernemingen
1. De controles ter plaatse bij ondernemingen worden georganiseerd in het licht van de ervaringen die in het verleden met de verschillende soorten van vervoer en van ondernemingen zijn opgedaan. Deze controles worden ook verricht indien er bij wegcontroles ernstige inbreuken zijn vastgesteld op de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 of (EEG) nr. 3821/85.
2. De controles ter plaatse omvatten de in bijlage I, deel A en deel B, vermelde punten.
3. De handhavingsambtenaar beschikt over:
a) een lijst met de voornaamste te controleren punten als vermeld in bijlage I, delen A en B;
b) de standaard-controleapparatuur vermeld in bijlage II.
4. De handhavingsambtenaren van de lidstaten houden bij de controle rekening met informatie die door het in artikel 7, lid 1, bedoelde aangewezen orgaan voor contacten van een andere lidstaat wordt verstrekt over de activiteiten van de betrokken onderneming in die andere lidstaat.
5. Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 4 zijn de controles die de bevoegde instanties ten eigen kantore verrichten op basis van daartoe door de ondernemingen op verzoek van genoemde instanties verstrekte documenten of gegevens, gelijk te stellen aan ter plaatse bij de ondernemingen verrichte controles.