Art. 9 Richtlijn 2006/12/EG
1. Voor de toepassing van de artikelen 4, 5 en 7 moet iedere inrichting of onderneming die de in bijlage II A bedoelde handelingen verricht, een vergunning hebben van de in artikel 6 bedoelde bevoegde instantie.
Deze vergunning heeft met name betrekking op:
a) soort en hoeveelheid afvalstoffen;
b) de technische eisen;
c) de te nemen voorzorgsmaatregelen inzake veiligheid;
d) de plaats waar de afvalstoffen worden verwijderd;
e) de behandelingsmethode.
2. De vergunningen kunnen voor een bepaalde periode worden verleend; zij kunnen worden verlengd en er kunnen voorwaarden en verplichtingen aan worden verbonden, of zij kunnen, met name indien de overwogen verwijderingsmethode uit milieubeschermingsoogpunt niet aanvaardbaar is, worden geweigerd.