Art. 5 Beschikking 2006/504/EG, Officiële controle
1. De bevoegde autoriteiten in elke lidstaat nemen overeenkomstig het bepaalde in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 401/2006 een monster uit de zendingen levensmiddelen voor analyse van de verontreiniging met aflatoxine B1 en de totale aflatoxineverontreiniging, voordat zij vanuit het aangewezen punt van invoer in de Gemeenschap in het vrije verkeer worden gebracht.
2. De in lid 1 bedoelde bemonstering voor analyse moet worden uitgevoerd op:
a) elke zending levensmiddelen uit Brazilië;
b) circa 10 % van de zendingen levensmiddelen uit China;
c) circa 20 % van de zendingen levensmiddelen uit Egypte;
d) elke zending levensmiddelen uit Iran;
e) circa 5 % van de zendingen voor elke categorie hazelnoten, als bedoeld in punt e), ii), iv) en vi), van artikel 1 en afgeleide producten van dergelijke hazelnoten uit Turkije, en circa 10 % van de zendingen levensmiddelen van andere categorieën uit Turkije.
3. Elke zending waarop bemonstering en analyses wordt verricht, kan maximaal 15 werkdagen, gerekend vanaf het ogenblik waarop de zending voor invoer wordt aangeboden en fysiek voor bemonstering beschikbaaar is, worden vastgehouden voordat zij vanuit het aangewezen punt van invoer in de Gemeenschap in het vrije verkeer wordt gebracht.
De bevoegde autoriteiten van de lidstaten van invoer verstrekken een begeleidend officieel document waaruit blijkt dat de zending levensmiddelen officieel bemonsterd en geanalyseerd is, onder vermelding van de resultaten van de analyse.
4. De lidstaten brengen elke drie maanden verslag uit aan de Commissie over alle analyseresultaten van officiële controles op zendingen levensmiddelen. Deze verslagen worden in de loop van de maand na elk kwartaal (april, juli, oktober en januari) ingediend.