Art. 14 Verordening (EG) nr. 396/2005, Besluiten over aanvragen inzake een MRL
1. Na ontvangst van het advies van de Autoriteit stelt de Commissie, rekening houdend met dat advies, onverwijld en binnen drie maanden volgens de in artikel 45, lid 2, bedoelde procedure een verordening op betreffende de vaststelling, wijziging of schrapping van een MRL of een besluit tot verwerping van de aanvraag, en dient dit ter aanneming in.
2. Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde besluiten wordt rekening gehouden met:
a) de beschikbare wetenschappelijke en technische kennis;
b) de mogelijke aanwezigheid van bestrijdingsmiddelenresiduen uit andere bronnen dan de huidige toepassingen van werkzame stoffen ter bescherming van gewassen en de bekende cumulatieve en elkaar versterkende gevolgen ervan, indien methoden beschikbaar zijn om deze gevolgen te evalueren;
c) de resultaten van een beoordeling van de mogelijke risico's voor consumenten die grote hoeveelheden opnemen en in hoge mate kwetsbaar zijn en, in voorkomend geval, dieren;
d) de resultaten van evaluaties en besluiten tot wijziging van de toepassingen van gewasbeschermingsmiddelen;
e) een CXL of een GLP die in een derde land wordt toegepast voor het legale gebruik van een werkzame stof in dat derde land;
f) andere terzake dienende legitieme factoren in verband met de behandelde aangelegenheid.
3. De Commissie kan de aanvrager of de Autoriteit op elk moment verzoeken aanvullende informatie te verstrekken. De Commissie stelt alle aanvullende informatie die zij heeft ontvangen, ter beschikking van de lidstaten en de Autoriteit.