Art. 5, Specifieke verplichtingen

1. Voor handelingen in het stadium van de primaire productie van diervoeders en voor de volgende daarmee verbonden handelingen:

a) het vervoer, de opslag en het hanteren van primaire producten op de productieplaats;

b) het vervoer met het oog op de aflevering van primaire producten van de productieplaats naar een inrichting;

c) het mengen van voeder uitsluitend voor gebruik op het eigen bedrijf, zonder gebruikmaking van toevoegingsmiddelen of voormengsels van toevoegingsmiddelen, met uitzondering van inkuiladditieven,

houden exploitanten van diervoederbedrijven zich aan de voorschriften van bijlage I, voorzover die voor de uitgevoerde handelingen relevant zijn.

2. Voor andere dan de in lid 1 bedoelde handelingen, met inbegrip van het mengen van voeder uitsluitend voor gebruik op het eigen bedrijf met gebruikmaking van toevoegingsmiddelen of voormengsels van toevoegingsmiddelen, met uitzondering van inkuiladditieven, houden exploitanten van diervoederbedrijven zich aan de voorschriften van bijlage II, voorzover die voor de uitgevoerde handelingen relevant zijn.

3. Exploitanten van diervoederbedrijven:

a) houden zich aan specifieke microbiologische criteria;

b) nemen maatregelen of passen procedures toe om specifieke doelen te bereiken.

De onder a) en b) bedoelde criteria en doelen worden volgens de in artikel 31, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

4. Exploitanten van diervoederbedrijven mogen de in hoofdstuk III bedoelde gidsen als hulpmiddel gebruiken om aan hun verplichtingen ingevolge deze verordening te voldoen.

5. Bij het voederen van voedselproducerende dieren houden de veehouders zich aan de voorschriften van bijlage III.

6. Exploitanten van diervoederbedrijven en veehouders betrekken en gebruiken alleen diervoeders van inrichtingen die in overeenstemming met deze verordening geregistreerd en/of erkend zijn.

Uitspraken die dit artikel aanhalen