Art. 4 Richtlijn 2005/89/EG, Operationele netwerkbeveiliging
1. a) De lidstaten of de bevoegde instanties zorgen ervoor dat de transportnetbeheerders minimale operationele voorschriften en verplichtingen inzake netwerkbeveiliging vaststellen.
Voordat zij deze voorschriften en verplichtingen vaststellen, plegen zij overleg met de relevante actoren in de betrokken landen waarmee koppeling bestaat.
b) Niettegenstaande punt a), eerste alinea, kunnen de lidstaten eisen dat de transportnetbeheerders deze voorschriften en verplichtingen ter goedkeuring voorleggen aan de bevoegde instantie.
c) De lidstaten zorgen ervoor dat de transport- en, in voorkomend geval, de distributienetbeheerders voldoen aan de minimale operationele voorschriften en verplichtingen inzake netwerkbeveiliging.
d) De lidstaten eisen dat de transportnetbeheerders een passend niveau van netwerkbeveiliging handhaven.
De transportnetbeheerders handhaven daartoe een technische transportreservecapaciteit die groot genoeg is voor de operationele netwerkbeveiliging en werken samen met de betrokken transportnetbeheerders waarmee zij een koppeling hebben.
Het niveau van de voorzienbare omstandigheden waarin de beveiliging gehandhaafd moet blijven, wordt bepaald in de voorschriften inzake operationele netwerkbeveiliging.
e) De lidstaten zorgen er met name voor dat beheerders van gekoppelde transport- en, in voorkomend geval, distributienetwerken tijdig en op doeltreffende wijze overeenkomstig de operationele minimumvereisten informatie over het functioneren van netwerken uitwisselen. Dezelfde vereisten gelden in voorkomend geval voor beheerders van transport- en distributienetwerken die gekoppeld zijn aan netbeheerders buiten de Gemeenschap.
2. De lidstaten of de bevoegde instanties zorgen ervoor dat de transport- en, in voorkomend geval, de distributienetbeheerders doelstellingen op het gebied van leveringskwaliteit en prestaties inzake netwerkbeveiliging vaststellen en halen. Deze doelstellingen moeten worden goedgekeurd door de lidstaten of de bevoegde instanties, die toezicht houden op de uitvoering ervan. Deze doelstellingen moeten objectief, transparant en niet-discriminerend zijn en moeten worden bekendgemaakt.
3. Wanneer de lidstaten de maatregelen als bedoeld in artikel 24 van Richtlijn 2003/54/EG en artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1228/2003 treffen, maken zij geen onderscheid tussen grensoverschrijdende en nationale contracten.
4. De lidstaten zorgen ervoor dat verminderingen in de voorziening in noodsituaties gebaseerd zijn op vooraf gedefinieerde criteria met betrekking tot het beheer van onevenwichten door de transportnetbeheerders. Alle vrijwaringsmaatregelen worden in nauw overleg met andere relevante transportnetbeheerders genomen, met inachtneming van de terzake geldende bilaterale overeenkomsten, waaronder overeenkomsten over informatie-uitwisseling.