Art. 6 Richtlijn 2005/85/EG, Toegang tot de procedure
1. De lidstaten kunnen voorschrijven dat asielverzoeken persoonlijk en/of op een aangewezen plaats moeten worden ingediend.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat elke handelingsbekwame meerderjarige het recht heeft een eigen asielverzoek in te dienen.
3. De lidstaten kunnen bepalen dat een asielzoeker een asielverzoek kan indienen namens de personen die te zijnen laste komen. De lidstaten zorgen er in deze gevallen voor dat de meerderjarigen die ten laste van de asielzoeker komen, ermee instemmen dat namens hen een asielverzoek wordt ingediend en dat zij, indien zij daar niet mee instemmen, zelf een asielverzoek kunnen indienen.
De instemming wordt gevraagd op het tijdstip waarop het asielverzoek wordt ingediend of uiterlijk wanneer de meerderjarige die ten laste van de asielzoeker komt, persoonlijk wordt gehoord.
4. De lidstaten kunnen in hun nationale wetgeving bepalen:
a) in welke gevallen een minderjarige zelf een asielverzoek kan indienen;
b) in welke gevallen het asielverzoek van een niet-begeleide minderjarige moet worden ingediend door een vertegenwoordiger zoals bedoeld in artikel 17, lid 1, onder a);
c) in welke gevallen de indiening van een asielverzoek ook wordt beschouwd als de indiening van een asielverzoek voor ongehuwde minderjarigen.
5. De lidstaten zorgen ervoor dat de autoriteiten waartoe iemand die een asielverzoek wil indienen zich waarschijnlijk zal richten, deze persoon advies kunnen verlenen over hoe en waar hij een asielverzoek kan indienen, en/of kunnen deze autoriteiten verzoeken het asielverzoek aan de bevoegde autoriteit door te geven.