Art. 13 Richtlijn 2005/85/EG, Vereisten voor het persoonlijke onderhoud
1. Bij een persoonlijk onderhoud zijn doorgaans geen familieleden aanwezig, tenzij de beslissingsautoriteit de aanwezigheid van andere familieleden voor een behoorlijke behandeling noodzakelijk acht.
2. Een persoonlijk onderhoud vindt plaats in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding wordt gewaarborgd.
3. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een persoonlijk onderhoud plaatsvindt in zodanige omstandigheden dat een asielzoeker de gronden voor zijn asielverzoek uitvoerig uiteen kan zetten. Met het oog hierop dienen de lidstaten:
a) erop toe te zien dat de persoon die het persoonlijke onderhoud afneemt voldoende bekwaam is om rekening te houden met de persoonlijke of algemene omstandigheden die een rol spelen bij het asielverzoek, met inbegrip van de culturele achtergrond en kwetsbaarheid van de asielzoeker, voorzover dat mogelijk is, en
b) een tolk te kiezen die in staat is de communicatie tussen de asielzoeker en de persoon die het persoonlijke onderhoud afneemt goed te doen verlopen. Daarbij hoeft niet noodzakelijkerwijs gebruik te worden gemaakt van de taal waaraan de asielzoeker de voorkeur geeft indien er een andere taal kan worden gebruikt die hij redelijkerwijs kan worden geacht te begrijpen en waarin hij kan communiceren.
4. De lidstaten kunnen voorschriften vaststellen inzake de aanwezigheid van derden bij het persoonlijke onderhoud.
5. Dit artikel is tevens van toepassing op de in artikel 12, lid 2, onder b), bedoelde ontmoeting.