Art. 2 Richtlijn 2005/68/EG, Definities
1. In deze richtlijn wordt verstaan onder:
a) „herverzekering”: de activiteit die bestaat in het aanvaarden van risico's welke door een verzekeringsonderneming of een andere herverzekeringsonderneming worden overgedragen. In het geval van de „association of underwriters, known as Lloyd's”, houdt het begrip herverzekering ook een activiteit in die eruit bestaat dat een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming dan de „association of underwriters, known as Lloyd's” de risico's overneemt die door een lid van Lloyd's worden overgedragen;
b) „herverzekeringscaptive”: een herverzekeringsonderneming die eigendom is van hetzij een financiële onderneming die geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming of een verzekerings- of herverzekeringsgroep is, waarop Richtlijn 98/78/EG van toepassing is, hetzij van een niet-financiële onderneming, en die ten doel heeft uitsluitend ten aanzien van de risico's van de onderneming of ondernemingen waartoe zij behoort of van een onderneming of ondernemingen van de groep waarvan zij lid is, herverzekeringsdekking te verschaffen;
c) „herverzekeringsonderneming”: iedere onderneming waaraan overeenkomstig artikel 3 vergunning is verleend;
d) „bijkantoor”: een agentschap of bijkantoor van een herverzekeringsonderneming;
e) „vestiging”: hoofdkantoor of bijkantoor van een herverzekeringsonderneming, rekening houdend met punt d);
f) „lidstaat van herkomst”: de lidstaat waar het hoofdkantoor van een herverzekeringsonderneming is gevestigd;
g) „lidstaat van het bijkantoor”: de lidstaat waar het bijkantoor van een herverzekeringsonderneming is gevestigd;
h) „lidstaat van ontvangst”: de lidstaat waar een herverzekeringsonderneming een bijkantoor heeft of diensten verricht;
i) „zeggenschap”: de band die bestaat tussen een moederonderneming en een dochteronderneming, zoals bepaald in artikel 1 van Richtlijn 83/349/EEG (13), of een gelijkaardige band tussen een natuurlijke of rechtspersoon en een onderneming;
j) „gekwalificeerde deelneming”: het in een onderneming, rechtstreeks of middellijk, bezitten van ten minste 10 % van het kapitaal of van de stemrechten, dan wel de mogelijkheid om invloed van betekenis uit te oefenen op de bedrijfsvoering van de onderneming waarin men een deelneming heeft;
k) „moederonderneming”: een moederonderneming in de zin van de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG;
l) „dochteronderneming”: een dochteronderneming in de zin van de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG;
m) „bevoegde autoriteiten”: de nationale autoriteiten die krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen toezicht uitoefenen op herverzekeringsondernemingen;
n) „nauwe banden”: een situatie waarbij twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door:
i) deelneming, dat wil zeggen het rechtstreeks of door middel van een zeggenschapsband in het bezit zijn van ten minste 20 % van de stemrechten of het kapitaal van een onderneming, of
ii) zeggenschapsband, in alle gevallen zoals bedoeld in artikel 1, leden 1 en 2, van Richtlijn 83/349/EEG, of een gelijkaardige band tussen een natuurlijke of rechtspersoon en een onderneming;
o) „financiële onderneming”: een van de volgende ondernemingen:
i) kredietinstelling, financiële instelling of onderneming die nevendiensten van het bankbedrijf verricht in de zin van artikel 1, punten 5 en 23, van Richtlijn 2000/12/EG (14), of
ii) verzekeringsonderneming, herverzekeringsonderneming of verzekeringsholding in de zin van artikel 1, onder i), van Richtlijn 98/78/EG, of
iii) beleggingsonderneming of financiële instelling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2004/39/EG (15), of
iv) gemengde financiële holding in de zin van artikel 2, punt 15, van Richtlijn 2002/87/EG;
p) „special purpose vehicle”: iedere onderneming, al dan niet met een eigen rechtspersoonlijkheid en anders dan een bestaande verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming, die risico's van verzekeringsondernemingen of herverzekeringsondernemingen overneemt en die zijn blootstelling aan deze risico's volledig financiert door emissieprocedures of andere financieringsmechanismen, waarbij de terugbetalingsrechten van de geldgevers van dit soort emissies of andere financieringsmechanismen achtergesteld zijn bij de herverzekeringsverplichtingen van het special purpose vehicle;
q) „finite herverzekering”: een herverzekering krachtens welke het expliciete maximale verliespotentieel, uitgedrukt als hoogste overgedragen economisch risico, dat voortvloeit uit een significante overdracht van zowel verzekeringstechnische risico’s als tijdsrisico, hoger is, voor een beperkt maar significant bedrag, dan de premie geldend voor de volledige looptijd van het contract, in combinatie met ten minste een van de volgende twee kenmerken:
i) op nadrukkelijke en concrete wijze rekening houden met de tijdswaarde van het geld,
ii) contractuele bepalingen met als bedoeling de verdeling van de economische effecten tussen de twee partijen in de tijd te effenen met het oog op het bereiken van het nagestreefde niveau van risico-overdracht.
2. Voor de toepassing van punt 1, onder a), is de dekking die door een herverzekeringsonderneming wordt geboden aan een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening die valt onder de werkingssfeer van Richtlijn 2003/41/EG (16), voorzover de lidstaat waar zo'n instelling is gevestigd, dergelijke dekking toestaat, ook beschouwd als een activiteit die valt onder de werkingssfeer van deze richtlijn.
Voor de toepassing van punt 1, onder d), wordt elke duurzame aanwezigheid van een herverzekeringsonderneming op het grondgebied van een lidstaat gelijkgesteld met een agentschap of bijkantoor, ook indien die aanwezigheid niet de vorm heeft van een bijkantoor of een agentschap, maar enkel bestaat uit een bureau, beheerd door eigen personeel van de onderneming of door een zelfstandig persoon die echter gemachtigd is duurzaam voor die onderneming op te treden zoals een agentschap zou doen.
Voor de toepassing van punt 1, onder j), en uit hoofde van de artikelen 12 en 19 tot en met 23, en van de andere in de artikelen 19 tot en met 23 genoemde deelnemingspercentages, worden de in artikel 92 van Richtlijn 2001/34/EG (17) bedoelde stemrechten in aanmerking genomen.
Voor de toepassing van punt 1, onder l), wordt elke dochteronderneming van een dochteronderneming ook beschouwd als een dochteronderneming van de onderneming die uiteindelijk de moederonderneming van beide ondernemingen is.
Voor de toepassing van punt 1, onder n),
— wordt elke dochteronderneming van een dochteronderneming ook beschouwd als een dochteronderneming van de moederonderneming die aan het hoofd van deze ondernemingen staat;
— wordt een situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen via een zeggenschapsband duurzaam verbonden zijn met eenzelfde persoon, eveneens als een nauwe band tussen twee of meer natuurlijke of rechtspersonen beschouwd.
3. Telkens wanneer in deze richtlijn wordt verwezen naar de euro, moet vanaf 31 december van elk jaar, als tegenwaarde ervan in nationale valuta in aanmerking worden genomen die welke gold op de laatste dag van de voorgaande maand oktober waarop de tegenwaarde van de euro in alle betrokken valuta's van de Gemeenschap beschikbaar zijn.