Art. 92 Richtlijn 2001/34/EG

Richtlijn 2001/34/EG

Om te beoordelen of een natuurlijke persoon of een juridisch lichaam, als bedoeld in artikel 85, lid 1, de in artikel 89, lid 1, en in artikel 90 bedoelde kennisgeving moet doen, dienen met de stemrechten die deze persoon of dit lichaam houdt, te worden gelijkgesteld:

a) de stemrechten die door andere personen of lichamen in hun eigen naam worden gehouden voor rekening van deze persoon of dit lichaam;

b) de stemrechten die de ondernemingen die door deze persoon of dit lichaam worden gecontroleerd, houden;

c) de stemrechten die een derde houdt, met wie deze persoon of dit lichaam een schriftelijke overeenkomst heeft gesloten die hen verplicht, door een onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, een duurzaam gemeenschappelijk beleid inzake het beheer van de betrokken vennootschap te voeren;

d) de stemrechten die een derde houdt uit hoofde van een schriftelijke overeenkomst die is gesloten met deze persoon of dit lichaam of met één van de ondernemingen die door deze persoon of dit lichaam worden gecontroleerd en waarin een tijdelijke en betaalde overdracht van deze stemrechten is geregeld;

e) de stemrechten die verbonden zijn aan door deze persoon of dit lichaam gehouden aandelen die als waarborg in bewaring zijn gegeven, tenzij de bewaarnemer de stemrechten houdt en zijn voornemen kenbaar maakt om deze uit te oefenen; in dat geval worden zij gelijkgesteld met de stemrechten die de bewaarnemer bezit;

f) de stemrechten verbonden aan aandelen waarvan deze persoon of dit lichaam het vruchtgebruik heeft;

g) de stemrechten die deze persoon of dit lichaam dan wel één van de onder a) tot en met f) genoemde personen of lichamen op eigen initiatief, uit hoofde van een formele overeenkomst mag verwerven; in dat geval worden de in artikel 89, lid 1, genoemde gegevens op de datum van de overeenkomst verstrekt;

h) de stemrechten die verbonden zijn aan bij deze persoon of dit lichaam in bewaring gegeven aandelen en die deze natuurlijke persoon of dit juridisch lichaam bij gebreke van specifieke instructies van de houders naar eigen goeddunken kan uitoefenen.

Wanneer een persoon of een lichaam in een onderneming stemrechten als bedoeld onder h) houdt en het geheel van deze stemrechten in combinatie met de andere stemrechten die deze persoon of dit lichaam houdt in deze onderneming één van de in artikel 89, lid 1, bedoelde drempelwaarden bereikt of overschrijdt, mogen de lidstaten in afwijking van artikel 89, lid 1, bepalen dat deze persoon of dit lichaam slechts gehouden is de betrokken onderneming binnen 21 kalenderdagen vóór de algemene vergadering van deze onderneming in te lichten.

Afdeling 4

Vrijstellingen

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen