Art. 9 Richtlijn 2005/32/EG, Vermoeden van overeenstemming

Richtlijn 2005/32/EG

1. De lidstaten beschouwen evp's die van de in artikel 5 bedoelde CE-markering zijn voorzien, als overeenkomstig de relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel.

2. De lidstaten beschouwen evp's waarvoor geharmoniseerde normen zijn toegepast waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, als overeenkomstig alle relevante voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel waarop die normen betrekking hebben.

3. Van evp's waaraan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1980/2000 de communautaire milieukeur is toegekend, wordt aangenomen dat zij voldoen aan de voorschriften inzake ecologisch ontwerp van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel in zoverre de milieukeur aan die voorschriften voldoet.

4. Het vermoeden van overeenstemming in de zin van deze richtlijn houdt in dat de Commissie, handelend volgens de in artikel 19, lid 2, bedoelde procedure, kan besluiten dat andere milieukeuren overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1980/2000 voldoen aan voorwaarden die ten opzichte van de communautaire milieukeur gelijkwaardig zijn. Van evp's waaraan zulk een milieukeur is toegekend, wordt aangenomen dat zij voldoen aan de voorschriften inzake ecologisch ontwerp van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel in zoverre de milieukeur aan die voorschriften voldoet.

Vorige artikelen

Volgende artikelen