Art. 10 Richtlijn 2005/32/EG, Geharmoniseerde normen
1. De lidstaten zorgen er, voorzover mogelijk, voor dat passende maatregelen worden genomen om de belanghebbenden op nationaal niveau te kunnen raadplegen over het proces van het opstellen van en het toezicht op de geharmoniseerde normen.
2. Wanneer een lidstaat of de Commissie van oordeel is dat de geharmoniseerde normen waarvan wordt aangenomen dat bij toepassing ervan wordt voldaan aan de specifieke bepalingen van een toepasselijke uitvoeringsmaatregel, toch niet volledig aan die bepalingen voldoen, brengt de betrokken lidstaat of de Commissie, met opgave van de redenen, dit ter kennis van het bij artikel 5 van Richtlijn 98/34/EG opgerichte permanente comité, dat met spoed een advies uitbrengt.
3. In het licht van dat advies van het comité besluit de Commissie de nummers van de geharmoniseerde normen in kwestie in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken, niet bekend te maken, onder voorbehoud bekend te maken, te handhaven of in te trekken.
4. De Commissie stelt de desbetreffende Europese normalisatie-instelling hiervan in kennis en verleent zo nodig een nieuw mandaat ter herziening van de geharmoniseerde norm in kwestie.