Art. 7 Kaderbesluit 2005/214/JBZ, Gronden tot weigering van de erkenning of tenuitvoerlegging
1. De bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat kan weigeren de beslissing te erkennen of ten uitvoer te leggen, indien het in artikel 4 bedoelde certificaat niet wordt overgelegd, onvolledig is of kennelijk niet overeenstemt met de beslissing.
2. De bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat kan tevens weigeren de beslissing te erkennen of ten uitvoer te leggen, indien vaststaat dat:
a) voor dezelfde feiten tegen de veroordeelde een beslissing is gegeven in de tenuitvoerleggingsstaat, of in een andere staat dan de beslissings- en de tenuitvoerleggingsstaat, en, in het laatste geval, deze beslissing ten uitvoer is gelegd;
b) in een van de gevallen bedoeld in artikel 5, lid 3, de beslissing betrekking heeft op feiten die naar het recht van de tenuitvoerleggingsstaat niet strafbaar zijn;
c) de tenuitvoerlegging van de beslissing naar het recht van de tenuitvoerleggingsstaat verjaard is en de beslissing betrekking heeft op feiten die naar het recht van die staat onder zijn rechtsmacht vallen;
d) de beslissing betrekking heeft op feiten die:
i) naar het recht van de tenuitvoerleggingsstaat worden geacht geheel of gedeeltelijk gepleegd te zijn op het grondgebied van de tenuitvoerleggingsstaat of op een plaats die als zodanig wordt beschouwd, of
ii) buiten het grondgebied van de beslissingsstaat gepleegd zijn en dezelfde feiten volgens het recht van de tenuitvoerleggingsstaat niet vervolgd kunnen worden wanneer ze buiten zijn grondgebied gepleegd zijn;
e) het recht van de tenuitvoerleggingsstaat voorziet in een immuniteit die tenuitvoerlegging van de beslissing onmogelijk maakt;
f) de beslissing gegeven is tegen een natuurlijke persoon die naar het recht van de tenuitvoerleggingsstaat vanwege zijn leeftijd nog niet strafrechtelijk verantwoordelijk gesteld kon worden voor de feiten waarvoor de beslissing gegeven werd;
g) volgens het in artikel 4 bedoelde certificaat de betrokkene:
i) in het geval van een schriftelijke procedure, niet in overeenstemming met het recht van de beslissingsstaat persoonlijk of door toedoen van een naar het nationale recht bevoegde vertegenwoordiger in kennis is gesteld van zijn recht om de zaak te betwisten, alsmede van de termijnen voor dat rechtsmiddel, of
ii) niet persoonlijk verschenen is, tenzij het certificaat aangeeft dat hij:
— persoonlijk of door toedoen van een naar het nationale recht bevoegde vertegenwoordiger, in overeenstemming met het recht van de beslissingsstaat in kennis is gesteld van de procedure, of
— te kennen heeft gegeven dat hij de zaak niet betwist;
h) de geldelijke sanctie minder bedraagt dan 70 EUR of het equivalent van dat bedrag.
3. In de gevallen bedoeld in lid 1 en lid 2, onder c) en g), raadpleegt de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat, voordat zij besluit een beslissing geheel of gedeeltelijk niet te erkennen of niet ten uitvoer te leggen, de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat, indien nodig met het verzoek om onverwijld alle noodzakelijke gegevens te verstrekken.