Art. 2 Kaderbesluit 2005/214/JBZ, Vaststelling van de bevoegde autoriteiten

Kaderbesluit 2005/214/JBZ

1. Iedere lidstaat deelt het secretariaat-generaal van de Raad mee welke autoriteit of autoriteiten volgens zijn nationaal recht bevoegd zijn overeenkomstig dit kaderbesluit, wanneer die lidstaat de beslissingsstaat dan wel de tenuitvoerleggingsstaat is.

2. Niettegenstaande artikel 4 kan iedere lidstaat, indien zijn interne organisatie zulks vereist, een of meer centrale autoriteiten aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor het administratief toezenden en in ontvangst nemen van de beslissingen en die de bevoegde autoriteiten bijstaan.

3. Het secretariaat-generaal van de Raad stelt de ontvangen informatie ter beschikking van alle lidstaten en van de Commissie.

Vorige artikelen

Volgende artikelen