Art. 7 Richtlijn 2004/72/EG, Verdachte transacties die moeten worden gemeld

Richtlijn 2004/72/EG

Voor de toepassing van artikel 6, lid 9, van Richtlijn 2003/6/EG dragen de lidstaten er zorg voor dat de in artikel 1, punt 3, bedoelde personen per geval beslissen of er een redelijk vermoeden bestaat dat een transactie handel met voorwetenschap of marktmanipulatie inhoudt, rekening houdend met de op handel met voorwetenschap of marktmanipulatie wijzende elementen zoals bedoeld in de artikelen 1 tot en met 5 van Richtlijn 2003/6/EG, in Richtlijn 2003/124/EG(6) van de Commissie tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG wat de definitie en openbaarmaking van voorwetenschap en de definitie van marktmanipulatie betreft, en artikel 4 van deze richtlijn. Onverminderd het bepaalde in artikel 10 van Richtlijn 2003/6/EG zijn personen die beroepshalve transacties tot stand brengen, onderworpen aan de meldingsvoorschriften van de lidstaat waar zij in een register zijn ingeschreven of waar hun hoofdkantoor is gelegen, of, ingeval het een bijkantoor betreft, de lidstaat waar het bijkantoor zich bevindt. De melding gebeurt bij de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat.

De lidstaten dragen er zorg voor dat de bevoegde autoriteiten die een melding van verdachte transacties ontvangen, deze informatie onmiddellijk doorgeven aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken gereglementeerde markten.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen