Art. 11 Richtlijn 2004/72/EG, Aansprakelijkheid en beroepsgeheim

Richtlijn 2004/72/EG

1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de persoon die de overeenkomstig de artikelen 7 tot en met 10 gedane melding aan de bevoegde autoriteit heeft verricht, niemand anders en zeker niet de personen namens wie de transacties zijn uitgevoerd of met deze personen gelieerde partijen, inlicht over deze melding, tenzij op grond van wettelijke bepalingen. De voldoening aan dit vereiste brengt voor de melder generlei aansprakelijkheid met zich, mits deze te goeder trouw handelt.

2. De lidstaten dragen er zorg voor dat de bevoegde autoriteiten de identiteit van de persoon die de transacties heeft gemeld, aan niemand bekendmaken indien dit deze persoon schade zou of zou kunnen berokkenen. Deze bepaling laat de handhavings- en sanctieregelingen van Richtlijn 2003/6/EG en de in Richtlijn 95/46/EG vervatte voorschriften inzake de doorgifte van persoonsgegevens onverlet.

3. De overeenkomstig de artikelen 7 tot en met 10 gedane melding te goeder trouw van informatie aan de bevoegde autoriteit vormt geen schending van een verbod op openbaarmaking van informatie uit hoofde van een overeenkomst of een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling en brengt voor de melder generlei aansprakelijkheid met zich.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen