Art. 51 Verordening (EG) nr. 2201/2003, Zekerheid of depot
Verordening (EG) nr. 2201/2003
Van de partij die in een lidstaat de tenuitvoerlegging van een in een andere lidstaat gegeven beslissing vordert, kan geen zekerheid of depot, onder welke benaming ook, worden geëist op de grond dat:
a) hij geen gewone verblijfplaats heeft in de lidstaat waar de tenuitvoerlegging wordt gevorderd; of
b) hij vreemdeling is of, wanneer in het Verenigd Koninkrijk of Ierland de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, hij zijn "domicile" (woonplaats) niet in een van die lidstaten heeft.